Sinds het moment dat de mens het vuur ontdekte als middel om zichzelf te
verwarmen en voedsel te bereiden, is de fascinatie voor het 'vuurtje
stoken' bij de meeste mensen diep geworteld.
Van kinds af aan is men -in meer of mindere mate- gefascineerd door het spel van de
vlammen. De open haard en het barbecuen hebben niet voor niets zo'n vlucht genomen.
De warmte van het kampvuur, de besparing in meegebrachte brandstof, ach, misschien zijn
het alleen maar excuses om te verdoezelen dat in de ontwikkelde mens nog steeds een stukje
'oermens' schuilt. Hoe het ook zij, een houtvuur maken is leuk en het koken op een houtvuur
is zo mogelijk nog leuker. Bovendien maakt een houtvuur het bereiden van een aantal gerechten
mogelijk die op een brandertje een stuk moeilijker of in het geheel niet mogelijk zouden zijn.
Uiteraard staat de veiligheid voorop, (bos)branden of brandwonden moeten vermeden worden.
Ook dat hoort bij verantwoord houtvuur.
Voor er gekookt kan worden, moet er nog wel wat gebeuren. En na afloop
van het koken ook. We vertellen het stap voor stap:
De voorbereiding
Allereerst: een vuur heeft warmte nodig om te onsteken en twee dingen om goed te branden:
brandstof en zuurstof. Er moet dus voldoende ventilatie zijn, genoeg
brandstof en een bron van warmte om deze brandstof aan te steken. Wind jaagt de
vlammen hoog op en zorgt voor een snelle verbranding; je hebt dan veel brandstof
nodig. Minder wind zorgt ervoor dat het vuur minder hard gaat, de sintels gaan
gloeien en je verbruikt minder materiaal terwijl je de warmte optimaal kunt benutten
voor jezelf, voor het koken en om het vuur aan de gang te houden.
De plaats van het vuur
Voor de locatie van het vuur kies je een plek die een beetje afgeschermd is
van harde wind. Naast de argumenten die hierboven al genoemd zijn, levert harde
wind het risico dat vonken en stukjes brandend hout meegevoerd worden en ergens
verderop brand veroorzaken. Als afscherming kies je natuurlijk geen
boomstronk, oude boom of je eigen tent. De vonken zouden brand kunnen veroorzaken.
Een natuurlijke laagte in het terrein, een rotswand of greppel is beter. In zand of aarde
kun je bij harde wind een kuil maken maar vaak is de onderlaag dan vochtig. Leg
stenen of kiezels in de kuil, deze verwarmen direct mee en stralen die warmte
ook weer terug. In veengebieden moet je uitkijken voor het ontstaan van -ondergrondse- veenbrand. Ook hier is het afdekken van grond of kuil met stenen
een goede methode om brandgevaar te voorkomen.
Verwijder bladeren, takjes, mos en (droog)gras in een cirkel van 2 meter
doorsnede. Het mooiste is het wanneer je de bovenlaag in een plag of zode
afsteekt zodat je de volgende dag deze weer terug kunt leggen, of kies een
locatie die van zichzelf al 'kaal ' is.
Maak op de gekozen locatie een kring van zo'n 50 cm doorsnede, door grote, platte stenen
neer te leggen. Gebruik bij het vuur geen poreuze of natte stenen. Die kunnen uit
elkaar spatten en voor lelijke wonden of beschadigingen van kleding zorgen.
Mijdt schilferige stenen of plaatjes leisteen.
De stenen hebben o.a. tot doel om bescherming tegen wind te bieden maar er moet
wel ruimte tussen blijven zodat er wat lucht bij het vuur kan komen.
Op de stenen kun je een rooster leggen waar de pannen op komen of je zet de pan op een van
de stenen.De stenen worden warm en geven heel gecontroleerd de warmte af.
Hout verzamelen
In eerste instantie heb je klein materiaal nodig om als tondel te dienen.
Deze tondel wordt aangestoken en moet de rest van de brandstof doen ontvlammen.
Hiervoor gebruik je kleine dunne takjes, droog gras, berkenbastreepjes,
verpulverde dennenappels, dennennaalden, houtkrullen e.d. Het belangrijkste
aspect hiervan is dat het goed droog moet zijn. Dit komt in het midden van de
vuurkring.
Vervolgens verzamel je aanmaakhout. Dit zijn takjes van zachtere
houtsoorten zoals els, den, spar, wilg. Ook dit hout moet weer droog zijn.
Houtsoorten met hars ontbranden snel.
Dan heb je nog wat droge takken nodig en wat steviger, dikke takken die het
vuur gaande moeten houden. Hoe droger het hout hoe beter. Staand droog hout is
beter dan hout dat vochtig en half verteerd op de grond ligt. Natuurlijk ruk je
geen levende takken van bomen af, dit brandt trouwens heel slecht. Een
boomzaagje kan goede diensten bewijzen als er dode takken uit bomen verwijderd
kunnen worden. Je weet dan zeker dat je geen levend weefsel beschadigt door de
takken te buigen en te breken.
Pas als je ruim voldoende hout hebt verzameld ga je het vuur aansteken. Daardoor
hoef je het vuur niet meer te verlaten.
naar boven
Het vuur aanmaken en brandend houden
De aanmaaktakjes worden als een kleine piramide
boven het tondelmateriaal geplaatst. Een beginnersfout is dat er teveel aanmaakhout
opgestapeld wordt waardoor de tondel en het -beginnende- vuur verstikken.
De tondel wordt aangestoken en voorzichtig voer je wat dunne twijgjes toe.
De grote kunst is natuurlijk om met één lucifer het vuur brandend te krijgen maar
een wegwerpaansteker voldoet ook prima. Pas als de basis goed brandt gaan er
voorzichtig wat dunne takjes in het vuur.
Pas bij een stevig brandende basis voer je grotere takken toe. Je kunt deze
al schuivend in het vuur voeren waardoor je stammetjes niet hoeft te zagen.
Voer nooit al te veel hout tegelijk toe. In het begin loop je het risico dat het
vuur verstikt. Wanneer het al goed brandt levert dat het risico dat het een groot vuur
wordt, waar je
verder weinig mee kunt. Het enige dat je ermee bereikt is dat het risico op
vonken en brand groter wordt.
Als je het vuur wilt gebruiken om te koken, en
daar gaan we vanuit, is het zaak om zoveel mogelijk houtskool te maken
of de stenen te verwarmen. Het koken, en vooral roosteren, gaat namelijk het beste als
je dit niet rechtstreeks
op de vlammen doet maar boven kooltjes, zoals bij een barbecue.
naar boven
Koken op een houtvuur
Door het eerste vuur worden de stenen verwarmd die nu een prima kookplaat
vormen voor de pan met water. Tegelijkertijd wordt een mooi laagje houtskool
gefabriceerd waarop het goed koken is.
Temper het vuur en leg eventueel een rooster op de stenen. Zorg dat één kant van
het vuur bereikbaar blijft om brandstof toe te voeren.
Als je op deze manier kookt zul je merken dat je niet veel brandhout nodig hebt.
Wil je na het koken ook nog rond het kampvuur zitten dan stook je het vuur weer wat
hoger. Door
af en toe wat natte bladeren of vochtig hout toe te voegen ontwikkel je wat
rook, dat de insecten op een afstand houdt. Nat hout kun je drogen door het nabij het vuur te leggen zonder dat het te dicht bij
het vuur ligt. Nat hout kan exploderen, leg nat hout dus niet direct in de
vlammen en blijf alert op dit verschijnsel wanneer je alleen nat hout
ter beschikking hebt.
Hout van den, populier en spar heeft de neiging om te spatten, beukenhout levert meer warmte.
Meestal heb je het echter niet voor 't uitkiezen en gebruik je wat er voorhanden is.
Doof de eventueel wegspattende stukken brandend hout altijd onmiddellijk.
Voor je het vuur verlaat om te gaan slapen dient het vuur goed gedoofd te worden. De wind
kan draaien, of onverwacht opsteken. Je wilt zelf niet verrast worden door een uitbrekend vuur
en uiteraard wil je daar ook de schuldige niet van zijn. Haal brandende stukken hout uit elkaar
en doof ze met voldoende water of zand. Wanneer je het vuur de volgende ochtend wilt gebruiken,
dek je het vuur af zodat de wind er geen vat op heeft.
Vertrek je, dan moet alle vuur, warmtegloed en smeulende delen
verdwenen zijn. Om dit zeker te weten giet je er het beste water over.
De vuurplek wordt goed afgedekt en het mooiste is natuurlijk
wanneer het niet eens zichtbaar is dat er ooit iemand een vuurtje gemaakt heeft.
Wij willen met deze informatie aangeven dat houtvuur
niet alleen iets voor padvinders is, maar ook voor de gemiddelde buitensporter
heel praktisch kan zijn. Voor diegene die na dit verhaal van mening is dat een
houtvuur niets voor hem/haar is, staat op de bladzijde branders
interessante informatie. Als je nog wat meer wilt weten van houtvuur en de mogelijkheden daarvan,
staan er op de bladzijde
tips bij het koken op houtvuur nog handige wetenswaardigheden. Wil je zelf eerst nog
eens onder deskundige leiding oefenen? Kom dan naar onze broodbakdag,
waar het verantwoord houtvuur aanleggen en gebruiken, uitgebreid geoefend kan
worden.
naar boven
verder lezen