G l o b e t r o t t e r

Buitensportvoeding


koken op kampvuur, Zweden
VUUR - DE WARMTEBRON

OVER VUURMAKERS
tips bij koken op houtvuur
branders: introductie
branders: selectiecriteria
brandstof; eigenschappen
brandstof eigenschappen
spiritus eigenschappen
gas eigenschappen
benzine eigenschappen
overige brandstof
branders: eigenschappen
veiligheid en onderhoud
over spiritusbranders
over multifuelbranders
Finse gril
de Outback Oven

POTTEN en PANNEN
pannen - eigenschappen
pannen - materialen
Terra pannenset
kookaccessoires
wijdhalsflessen

KOOKBOEKEN en KOOKCURSUSSEN
kookcursussen
kookboeken

handige kooktips

naar de winkel

naar het hoofdmenu en de overige hoofdstukken


Koken op houtvuur 

Sinds het moment dat de mens het vuur ontdekte als middel om zichzelf te verwarmen en voedsel te bereiden, is de fascinatie voor het 'vuurtje stoken' bij de meeste mensen diep geworteld.
Van kinds af aan is men -in meer of mindere mate- gefascineerd door het spel van de vlammen. De open haard en het barbecuen hebben niet voor niets zo'n vlucht genomen.
De warmte van het kampvuur, de besparing in meegebrachte brandstof, ach, misschien zijn het alleen maar excuses om te verdoezelen dat in de ontwikkelde mens nog steeds een stukje 'oermens' schuilt. Hoe het ook zij, een houtvuur maken is leuk en het koken op een houtvuur is zo mogelijk nog leuker. Bovendien maakt een houtvuur het bereiden van een aantal gerechten mogelijk die op een brandertje een stuk moeilijker of in het geheel niet mogelijk zouden zijn.
Uiteraard staat de veiligheid voorop, (bos)branden of brandwonden moeten vermeden worden. Ook dat hoort bij verantwoord houtvuur. 

Voor er gekookt kan worden, moet er nog wel wat gebeuren. En na afloop van het koken ook. We vertellen het stap voor stap:

De voorbereiding
Allereerst: een vuur heeft warmte nodig om te onsteken en twee dingen om goed te branden: brandstof en zuurstof. Er moet dus voldoende ventilatie zijn, genoeg brandstof en een bron van warmte om deze brandstof aan te steken. Wind jaagt de vlammen hoog op en zorgt voor een snelle verbranding; je hebt dan veel brandstof nodig. Minder wind zorgt ervoor dat het vuur minder hard gaat, de sintels gaan gloeien en je verbruikt minder materiaal terwijl je de warmte optimaal kunt benutten voor jezelf, voor het koken en om het vuur aan de gang te houden.

De plaats van het vuur
Voor de locatie van het vuur kies je een plek die een beetje afgeschermd is van harde wind. Naast de argumenten die hierboven al genoemd zijn, levert harde wind het risico dat vonken en stukjes brandend hout meegevoerd worden en ergens verderop brand veroorzaken. Als afscherming kies je natuurlijk geen boomstronk, oude boom of je eigen tent. De vonken zouden brand kunnen veroorzaken.
Een natuurlijke laagte in het terrein, een rotswand of greppel is beter. In zand of aarde kun je bij harde wind een kuil maken maar vaak is de onderlaag dan vochtig. Leg stenen of kiezels in de kuil, deze verwarmen direct mee en stralen die warmte ook weer terug. In veengebieden moet je uitkijken voor het ontstaan van -ondergrondse- veenbrand. Ook hier is het afdekken van grond of kuil met stenen een goede methode om brandgevaar te voorkomen.
Verwijder bladeren, takjes, mos en (droog)gras in een cirkel van 2 meter doorsnede. Het mooiste is het wanneer je de bovenlaag in een plag of zode afsteekt zodat je de volgende dag deze weer terug kunt leggen, of kies een locatie die van zichzelf al 'kaal ' is.
Maak op de gekozen locatie een kring van zo'n 50 cm doorsnede, door grote, platte stenen neer te leggen. Gebruik bij het vuur geen poreuze of natte stenen. Die kunnen uit elkaar spatten en voor lelijke wonden of beschadigingen van kleding zorgen. Mijdt schilferige stenen of plaatjes leisteen.
De stenen hebben o.a. tot doel om bescherming tegen wind te bieden maar er moet wel ruimte tussen blijven zodat er wat lucht bij het vuur kan komen.
Op de stenen kun je een rooster leggen waar de pannen op komen of je zet de pan op een van de stenen.De stenen worden warm en geven heel gecontroleerd de warmte af.

Hout verzamelen
In eerste instantie heb je klein materiaal nodig om als tondel te dienen. Deze tondel wordt aangestoken en moet de rest van de brandstof doen ontvlammen. Hiervoor gebruik je kleine dunne takjes, droog gras, berkenbastreepjes, verpulverde dennenappels, dennennaalden, houtkrullen e.d. Het belangrijkste aspect hiervan is dat het goed droog moet zijn. Dit komt in het midden van de vuurkring.
Vervolgens verzamel je aanmaakhout. Dit zijn takjes van  zachtere houtsoorten zoals els, den, spar, wilg. Ook dit hout moet weer droog zijn. Houtsoorten met hars ontbranden snel. 
Dan heb je nog wat droge takken nodig en wat steviger, dikke takken die het vuur gaande moeten houden. Hoe droger het hout hoe beter. Staand droog hout is beter dan hout dat vochtig en half verteerd op de grond ligt. Natuurlijk ruk je geen levende takken van bomen af, dit brandt trouwens heel slecht. Een boomzaagje kan goede diensten bewijzen als er dode takken uit bomen verwijderd kunnen worden. Je weet dan zeker dat je geen levend weefsel beschadigt door de takken te buigen en te breken.
Pas als je ruim voldoende hout hebt verzameld ga je het vuur aansteken. Daardoor hoef je het vuur niet meer te verlaten.

naar boven

Het vuur aanmaken en brandend houden
De aanmaaktakjes worden als een kleine piramide boven het tondelmateriaal geplaatst. Een beginnersfout is dat er teveel aanmaakhout opgestapeld wordt waardoor de tondel en het -beginnende- vuur verstikken.
De tondel wordt aangestoken en voorzichtig voer je wat dunne twijgjes toe. De grote kunst is natuurlijk om met één lucifer het vuur brandend te krijgen maar een wegwerpaansteker voldoet ook prima. Pas als de basis goed brandt gaan er voorzichtig wat dunne takjes in het vuur.
Pas bij een stevig brandende basis voer je grotere takken toe. Je kunt deze al schuivend in het vuur voeren waardoor je  stammetjes niet hoeft te zagen. Voer nooit al te veel hout tegelijk toe. In het begin loop je het risico dat het vuur verstikt. Wanneer het al goed brandt levert dat het risico dat het een groot vuur wordt, waar je verder weinig mee kunt. Het enige dat je ermee bereikt is dat het risico op vonken en brand groter wordt.
Als je het vuur wilt gebruiken om te koken, en daar gaan we vanuit, is het zaak om zoveel  mogelijk houtskool te maken of de stenen te verwarmen. Het koken, en vooral roosteren, gaat namelijk het beste als je dit niet rechtstreeks op de vlammen doet maar boven kooltjes, zoals bij een barbecue.

naar boven

Koken op een houtvuur
Door het eerste vuur worden de stenen verwarmd die nu een prima kookplaat vormen voor de pan met water. Tegelijkertijd wordt een mooi laagje houtskool gefabriceerd waarop het goed koken is.
Temper het vuur en leg eventueel een rooster op de stenen. Zorg dat één kant van het vuur bereikbaar blijft om brandstof toe te voeren. 
Als je op deze manier kookt zul je merken dat je niet veel brandhout nodig hebt.
Wil je na het koken ook nog rond het kampvuur zitten dan stook je het vuur weer wat hoger. Door af en toe wat natte bladeren of vochtig hout toe te voegen ontwikkel je wat rook, dat de insecten op een afstand houdt. Nat hout kun je drogen door het nabij het vuur te leggen zonder dat het te dicht bij het vuur ligt. Nat hout kan exploderen, leg nat hout dus niet direct in de vlammen en blijf alert op dit verschijnsel wanneer je alleen nat hout ter beschikking hebt.
Hout van den, populier en spar heeft de neiging om te spatten, beukenhout levert meer warmte. Meestal heb je het echter niet voor 't uitkiezen en gebruik je wat er voorhanden is.
Doof de eventueel wegspattende stukken brandend hout altijd onmiddellijk.

Voor je het vuur verlaat om te gaan slapen dient het vuur goed gedoofd te worden. De wind kan draaien, of onverwacht opsteken. Je wilt zelf niet verrast worden door een uitbrekend vuur en uiteraard wil je daar ook de schuldige niet van zijn. Haal brandende stukken hout uit elkaar en doof ze met voldoende water of zand. Wanneer je het vuur de volgende ochtend wilt gebruiken, dek je het vuur af zodat de wind er geen vat op heeft.
Vertrek je, dan moet alle vuur, warmtegloed en smeulende delen verdwenen zijn. Om dit zeker te weten giet je er het beste water over.
De vuurplek wordt goed afgedekt en het mooiste is natuurlijk wanneer het niet eens zichtbaar is dat er ooit iemand een vuurtje gemaakt heeft.

Wij willen met deze informatie aangeven dat houtvuur niet alleen iets voor padvinders is, maar ook voor de gemiddelde buitensporter heel praktisch kan zijn. Voor diegene die na dit verhaal van mening is dat een houtvuur niets voor hem/haar is, staat op de bladzijde branders interessante informatie. Als je nog wat meer wilt weten van houtvuur en de mogelijkheden daarvan, staan er op de bladzijde tips bij het koken op houtvuur nog handige wetenswaardigheden. Wil je zelf eerst nog eens onder deskundige leiding oefenen? Kom dan naar onze broodbakdag, waar het verantwoord houtvuur aanleggen en gebruiken, uitgebreid geoefend kan worden.

naar boven

verder lezen

© Globetrotter, 1999 - 2002. Laatste update: 1 oktober 2002.

terug naar de vorige pagina