G l o b e t r o t t e r

Buitensportvoeding


de kracht en de middelen, Chilkoottrail, Alaska
METAAL - DE KRACHT

OVER VOEDING
wat is verantwoorde voeding
de schijf van vijf
energie en kilojoules
koolhydraten
vetten
cholesterol
essentiële vetzuren
eiwitten
vitamines
in vet oplosbare vitamines
in water oplosbare vitamines
over mineralen
bioactieve stoffen
probiotica en prébiotica
voedingssupplementen
gebruik voedingssupp.
fabeltjes over vitamines
verrijkte voeding
richtlijnen gezonde voeding
tips voor actievelingen
verdeling voedsel over de dag

MICRO-ORGANISMEN
wat is voedselbederf
vormen van besmetting
chemische besmetting
wat zijn micro-organismen
wat doen micro-organismen
soorten micro-organismen
hygiënetips

DE GESCHIEDENIS VAN DE VOEDINGSLEER
de geschiedenis van voedsel
oertijd tot 1960
1960 tot heden
voedsel en macht
religieuze aspecten

VEGETARISME
vegetarisme
combineren en vervangen

VOEDSELALLERGIE
voedselallergie
allergie en onze producten

VOEDSELVEILIGHEID
voedselveiligheid
de warenwet
controlerende instanties
risicoanalyse en veiligheid

naar de winkel

naar het hoofdmenu en de overige hoofdstukken


Hoeveel energie heb je nodig?

Net als de voedingsbehoefte is de energiebehoefte afhankelijk van je geslacht, je leeftijd en je activiteiten. Sterker nog: het is de behoefte aan energie die, voor het grootste deel, bepaalt hoeveel voedsel je nodig hebt.
Wanneer je een activiteit uitvoert gebruik je meer energie dan met slapen. Het gewicht dat de activiteit moet uitvoeren speelt daarbij een rol en de tijdsduur dat deze activiteit wordt uitgevoerd. Daar is een mooi rekensommetje op los te laten: het eigen gewicht x de activiteit in kJ x de tijd die besteedt wordt aan het uitvoeren van de activiteit.   Een voorbeeld:

Een persoon van 70 kilo gaat 3 uur wandelen. Niet zo fanatiek, dus zeg dat deze persoon 3 km per uur loopt. Bij deze activiteit wordt 12,2 kJ p/uur verbruikt. De rekensom luidt dan als volgt: 70 x 12,2 x 3 =  2562 kJ energie. En bij deze berekening is nog geen rekening gehouden met koude omstandigheden of extra energieverbruik omdat de berg waarop gewandeld wordt erg steil is. De rekensommetjes zijn met onderstaande cijfers ook te maken voor andere activiteiten en het eigen gewicht.


ActiviteitkJ.
slapen 3,9
staan 5,0
Wandelen - vlak terrein12,2
wandelen - bergachtig/zwaar terrein 16,4
langlaufen 8km p/uur 50,4
kanoen, langzaam fietsen 18,5
langlaufen 15 km p/uur, race fietsen 72,7
roeien, schaatsen 12 km p/uur 31,5
skiën, paardrijden 25,2
rennen 14km p/uur, crosscountryrennen56,7

Afhankelijk van het eigen gewicht en de activiteiten is te berekenen hoeveel energie, uitgedrukt in kJ, benodigd is. Wanneer je aan het rekenen slaat zul je merken dat er een aanzienlijke hoeveelheid kJ nodig is. Ook bij rust en slapen is immers energie nodig. Het rustverbruik kan daarbij op 4 kJ gesteld worden. Een actief etmaal van 24 uur waarvan 6 uur aan normaal wandelen besteed wordt kost dan al minimaal (12,2 x 6) + (18uur rust x 4) = 144 kJ x het eigen gewicht van (stel) 70 kilo = 10094 kJ. Het spreekt voor zich dat je meer verbruikt want je brengt geen 18 uur rustend door en je verbruikt misschien meer door koude of juist warme omstandigheden. In onderstaande tabel is de rekensom reeds globaal gemaakt. In de tabel wordt uitgegaan van gemiddelde activiteitenpatronen die in een leeftijdscategorie gelden en gemiddelde gewichten per geslacht.  

matige inspanningzware inspanningzeer zware inspanning
mannen 20 t/m 35 jaar12100 kJ13800 kJ15900 kJ
mannen 35 t/m 55 jaar11300 kJ13400 kJ15500 kJ
vrouwen 20t/m 35 jaar9100 kJ 10900 kJ13900 kJ
vrouwen 35t/m 55 jaar8800 kJ 9900 kJ12800 kJ

Een ander interessant houvast is de (globale) formule: Je verbrandt 1 kcal per kilometer per kilo lichaamsgewicht wanneer je je te voet verplaatst (formule van de drie k’s).

Hoe globaal deze cijfers ook zijn, het toont wel aan dat er vrij veel voedsel opgenomen en verteerd moet worden om aan deze energiebehoefte te voldoen. Hoe actiever je bent en hoe extremer de omstandigheden, hoe meer energie ter beschikking moet komen. In sommige expedities ontstaat dan de paradox dat je zoveel moet eten en verteren (wat op zich zelf ook weer energie kost), dat de hoeveelheid voedsel die meegesleept moet worden immens veel wordt. Dat meeslepen vergt natuurlijk ook weer kracht. Hoogwaardig voedsel kiezen is dan uitermate belangrijk. Natuurlijk gaat niet iedereen op expeditie naar de Noordpool, de meeste van ons zullen minder extreem op reis gaan. Toch is wel duidelijk dat er bij actieve reizigers en buitensporters behoefte is aan energierijk voedsel dat in de meest optimale verhouding moet zijn samengesteld.  Op de bladzijde energie is de optimale verdeling al aangegeven: 50% koolhydraat, 15% eiwit en 35% vet.

Hoe koolhydraten, eiwitten en vetten werken en in welk voedsel je deze kunt vinden lees je op  de volgende bladzijde


© Globetrotter, 1999 - 2002. Laatste update:
14 december 2008

terug naar de vorige pagina