|
G l o b e t r o t t e r
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
METAAL - DE KRACHT OVER VOEDING MICRO-ORGANISMEN DE GESCHIEDENIS VAN DE VOEDINGSLEER VEGETARISME VOEDSELALLERGIE VOEDSELVEILIGHEID |
Hoeveel energie heb je nodig? Net als de voedingsbehoefte is de energiebehoefte
afhankelijk van je geslacht, je leeftijd en je activiteiten. Sterker nog:
het is de behoefte aan energie die, voor het grootste deel, bepaalt hoeveel voedsel je nodig hebt. Een persoon van 70 kilo gaat 3 uur wandelen. Niet zo fanatiek, dus zeg dat deze persoon 3 km per uur loopt. Bij deze activiteit wordt 12,2 kJ p/uur verbruikt. De rekensom luidt dan als volgt: 70 x 12,2 x 3 = 2562 kJ energie. En bij deze berekening is nog geen rekening gehouden met koude omstandigheden of extra energieverbruik omdat de berg waarop gewandeld wordt erg steil is. De rekensommetjes zijn met onderstaande cijfers ook te maken voor andere activiteiten en het eigen gewicht.
Afhankelijk van het eigen gewicht en de activiteiten is te berekenen hoeveel energie, uitgedrukt in kJ, benodigd is. Wanneer je aan het rekenen slaat zul je merken dat er een aanzienlijke hoeveelheid kJ nodig is. Ook bij rust en slapen is immers energie nodig. Het rustverbruik kan daarbij op 4 kJ gesteld worden. Een actief etmaal van 24 uur waarvan 6 uur aan normaal wandelen besteed wordt kost dan al minimaal (12,2 x 6) + (18uur rust x 4) = 144 kJ x het eigen gewicht van (stel) 70 kilo = 10094 kJ. Het spreekt voor zich dat je meer verbruikt want je brengt geen 18 uur rustend door en je verbruikt misschien meer door koude of juist warme omstandigheden. In onderstaande tabel is de rekensom reeds globaal gemaakt. In de tabel wordt uitgegaan van gemiddelde activiteitenpatronen die in een leeftijdscategorie gelden en gemiddelde gewichten per geslacht.
Een ander interessant houvast is de (globale) formule: Je verbrandt 1 kcal per kilometer per kilo lichaamsgewicht wanneer je je te voet verplaatst (formule van de drie k’s). Hoe globaal deze cijfers ook zijn, het toont wel aan
dat er vrij veel voedsel opgenomen en verteerd moet worden om
aan deze energiebehoefte te voldoen. Hoe actiever je bent en hoe
extremer de omstandigheden, hoe meer energie ter beschikking moet
komen. In sommige expedities ontstaat dan de paradox dat je zoveel moet
eten en verteren (wat op zich zelf ook weer energie kost), dat de
hoeveelheid voedsel die meegesleept moet worden immens veel wordt. Dat
meeslepen vergt natuurlijk ook weer kracht. Hoogwaardig voedsel kiezen is
dan uitermate belangrijk. Natuurlijk gaat niet iedereen op expeditie naar
de Noordpool, de meeste van ons zullen minder extreem op reis gaan. Toch is
wel duidelijk dat er bij actieve reizigers en buitensporters behoefte is
aan energierijk voedsel dat in de meest optimale verhouding moet zijn
samengesteld. Op de bladzijde energie is de optimale verdeling al
aangegeven: 50% koolhydraat,
15% eiwit en 35% vet. Hoe koolhydraten, eiwitten en vetten werken en in welk voedsel je deze kunt
vinden lees je op de volgende
bladzijde |
|