|
G l o b e t r o t t e r
|
|
METAAL - DE KRACHT OVER VOEDING MICRO-ORGANISMEN DE GESCHIEDENIS VAN DE VOEDINGSLEER VEGETARISME VOEDSELALLERGIE VOEDSELVEILIGHEID |
De wetten en Instanties voor voedselveiligheid Vleeskeuringwet (1919): gericht op de Nederlandse markt (exportvlees valt onder de Veewet). Uitgebreide regels voor de keuring van slachtdieren, vlees en de inrichting van bedrijfsruimten. Geeft criteria voor de afkeuring van vlees voor consumptie en het produceren van vleeswaren. Hoeven, stekels, wol, klauwen en huiden (m.u.v. varkenshuid) vallen niet onder deze wet. Keurmeesters zijn in dienst bij de RVV, (rijksdienst voor keuring van vee en vlees). Rijksdienst voor keuring van vee en vlees (RVV): uitvoerende dienst van ministerie van LNV. Taak: toezien op het voldoen aan de eisen bij de productie en afzet van dieren en dierlijke producten in Nederland. Middel: uitvoeren van controles en bestrijding van dierziekten. Algemene Inspectiedienst (AID): inspectie en opsporingsdienst
van het ministerie van LNV. Controleert de naleving op voorschriften in
alle stadia van de vleesproductieketen. Productschappen (PBO): een productschap is een publiekrechterlijk orgaan, dat de gezamenlijke belangen van een sector behartigt en de bevoegdheid heeft om wettelijke regels te handhaven en verordeningen mag uitvaardigen. Deze verordeningen moeten dan wel op de warenwet of de landbouwkwaliteitswet gebaseerd zijn. Een PBO kan eigen controleurs hebben of gebruik maken van de Keuringsdienst van Waren. Zij zijn in staat om zich financieel te handhaven door heffingen op het betrokken bedrijfsleven (die verplicht is deze te betalen) of door subsidies en vergoedingen van de overheid. Landbouwkwaliteitswet: doel: het bevorderen van de afzet door het bevorderen van de kwaliteit van landbouwproducten. richt zich op producenten en handelaren van landbouwproducten voor de export. In deze wet staan bijvoorbeeld de eisen waaraan biologische landbouw moet voldoen. De controle op dit onderdeel wordt uitgevoerd door de stichting Skal, net als zoveel controles op de naleving van de landbouwwet zijn neergelegd bij stichtingen. In deze stichtingen zijn vaak wel weer overheidsinstellingen vertegenwoordigt. Europese levensmiddelenrecht: bestaat uit verordeningen en richtlijnen
die door alle lidstaten moeten worden overgenomen, daar worden ze omgezet in nationale
wetgeving. Waarbij een verordening uiteraard dwingender is dan een richtlijn,
een richtlijn mag op basis van de nationale situatie worden aangepast, een verordening niet.
In Nederland is als gevolg daarvan de VWA (Voedsel en Waren Autoriteit) opgericht. Dit is een overkoepelende organisatie waarin de regionale keuringsdiensten van waren en de rijksdienst voor keuring van vee en vlees zijn opgegaan. De VWA wordt nu al de nieuwe 'voedselpolitie' genoemd maar heeft een veel bredere taak. Zij moet wetenschappelijke adviezen en ondersteuning bieden voor de wetgeving en het beleid van de EU op alle gebieden die direct of indirect van invloed zijn op de voedselveiligheid en de daarmee samenhangende vraagstukken op het gebied van gezondheid en welzijn van dieren en planten. Dit geeft al aan dat het denken over voedselveiligheid tegenwoordig een heel ander uitgangspunt hanteert dan tot nu toe de insteek was, iets waar zowel de dieren als de mensen, de producenten en de consumenten van zullen profiteren. Nederland zou Nederland niet zijn, als er niet nog veel meer specifieke wetten en regelgevingen voor verpakking, productie, etikettering, geneesmiddelen voor mens en dier en voor afvalverwerking zouden zijn. Deze allemaal hier noemen zou veel te ver voeren. Een handige site voor geïnteresseerden: regelgeving, (externe link.) Maar met regelgeving alleen ben je er nog niet. Er is ook een belangrijke rol voor de consument zelf weggelegd. De risicosystematiek HACCP is ook voor consumenten zelf toepasbaar. Maar wat is HACCP? |
|