G l o b e t r o t t e r

Buitensportvoeding


stevige lunch,Ganesh Himal, Nepal
METAAL - DE KRACHT

OVER VOEDING
wat is verantwoorde voeding
de schijf van vijf
energie en kilojoules
hoeveel energie
koolhydraten
vetten
cholesterol
essentiële vetzuren
eiwitten
vitamines
in vet oplosbare vitamines
in water oplosbare vitamines
over mineralen
bioactieve stoffen
probiotica en prébiotica
voedingssupplementen
gebruik voedingssupp.
fabeltjes over vitamines
richtlijnen gezonde voeding
tips voor actievelingen
verdeling voedsel over de dag

MICRO-ORGANISMEN
wat is voedselbederf
vormen van besmetting
chemische besmetting
wat zijn micro-organismen
wat doen micro-organismen
soorten micro-organismen
hygiënetips

DE GESCHIEDENIS VAN DE VOEDINGSLEER
de geschiedenis van voedsel
oertijd tot 1960
1960 tot heden
voedsel en macht
religieuze aspecten

VEGETARISME
vegetarisme
combineren en vervangen

VOEDSELALLERGIE
voedselallergie
allergie en onze producten

VOEDSELVEILIGHEID
voedselveiligheid
de warenwet
controlerende instanties
risicoanalyse en veiligheid

naar de winkel

naar het hoofdmenu en de overige hoofdstukken


Verrijkte voeding

Wat is nu weer verrijkte voeding? Nou eigenlijk heel simpel: voedsel waaraan vitamines en mineralen zijn toegevoegd.
Er zijn drie manieren om voedsel te verrijken: restauratie, substitutie en verrijking. De laatste methode heeft voor de naamgeving gezorgd. Officieel heet het namelijk "toevoeging van microvoedingsstoffen aan levensmiddelen", maar ja, dat spreek je niet zo lekker uit als 'verrijkte voeding'. 

Bij restauratie worden vitamines en mineralen, die tijdens het productie- of bereidingsproces verloren zijn gegaan, weer aangevuld tot aan het oorspronkelijk gehalte. Er wordt dus niets extra's in gedaan maar het verloren gaan van stoffen (door het koken, afkoelen en weer opwarmen van bijvoorbeeld kant-en-klaar maaltijden, instellings- of ziekenhuisvoedsel) wordt teruggebracht tot aan de oorspronkelijk waarde. De vermelding hiervan "met toegevoegde vitamines/mineralen tot het oorspronkelijke gehalte" moet op het etiket staan.

Bij substitutie vervangt een product een ander product. Een goed voorbeeld daarvan is de vegetarische hamburger. Hieraan mogen alleen maar voedingstoffen worden toegevoegd tot het gehalte dat in het te vervangen product (de vleeshamburger) aanwezig geweest zou zijn; niet meer, eventueel minder en niet alle stoffen hoeven aanwezig te zijn.

Bij verrijking worden extra vitamines en mineralen toegevoegd die van origine niet in het product aanwezig waren. Een goed voorbeeld hiervan is zuivel met calcium of vitamine C. Een verrijkt product is daarbij gebonden aan een minimale waarde van 15% en een maximale waarde van 100% van de ADH van de specifieke vitaminen of mineralen waarmee het verrijkt wordt. Op het etiket moet vermeldt staan dat er stof(fen) is/zijn toegevoegd.  In Japan en Amerika worden op dit moment zuivelproducten op de markt gebracht waaraan omega 3 vetzuren zijn toegevoegd. Ondanks dat deze zuivel niet naar vis smaakt slaan deze producten bij het proefpanel in België nog niet zo aan. Maar hiermee wordt wel aangegeven dat het verrijken van voedsel en het inspelen op vermeende of bewezen gunstige eigenschappen, steeds meer plaatsvindt. 

Meestal is de toegevoegde hoeveelheid zo'n 25% van de ADH maar mag het gehalte tot 100% van de ADH zijn. Hiermee onderscheidt het zich van de supplementen die voor vitamine A een duidelijke grens heeft. Vandaar dat een combinatie van beide soorten een totale hoeveelheid op kan leveren die meer is dan de ADH en dat is, voor sommige vitamines en mineralen, niet zo goed voor je.

De strakke omschrijvingen hierboven, geven wel aan dat deze producten onder een regelgeving vallen, de warenwet. 
Sinds juni 1996 is het toegestaan om vitamines en mineralen toe te voegen aan 'gewone' voedingsmiddelen. En daarmee werden trouwens ook de voedingssupplementen toegelaten, die tot die tijd eigenlijk alleen gedoogd werden.
In Amerika, Engeland en andere, ons omringende, landen is het verrijken van voedsel al langer toegestaan. De vrijmarktwerking en de EU-regels hebben een vrije regelgeving op dit gebied ook in Nederland mogelijk (of nodig) gemaakt.
In het Warenwetbesluit is 'verrijking' met vitamine A en D en de mineralen selenium, koper en zink verboden.  Dit is opvallend. De beweegredenen hiervoor zijn namelijk dat de veiligheidsmarges van de ADH nog niet goed zijn vastgesteld. Het is dan te loven dat verrijking met deze stoffen niet mag, maar tegelijkertijd mogen deze stoffen wel in voedingssupplementen worden opgenomen! Op zijn minst is dit inconsequent te noemen.
Bij restauratie en substitutie zijn al deze stoffen trouwens wel toegestaan. En ook dit is een opmerkelijke beslissing. Vooral ouderen  zullen toch redelijk vaak met gerestaureerd voedsel in aanraking komen, met de maaltijden aan huis en met het ziekenhuis/instellingenvoedsel. Tegelijkertijd behoren zij ook al tot de grote groep gebruikers van voedingssupplementen! Het risico van overdosering ligt dan voor de hand.
Jodium, fluor en aminozuren mogen bij geen enkele methode toegevoegd worden. Deze stoffen worden nog door de overheid gereguleerd. Een vermelding op het etiket dat een product 'rijk is aan stof xx' mag alleen voorkomen op een product dat uit zichzelf al deze specifieke stof bevat en moet minimaal 20% van de ADH van die stof per dagportie leveren.
Meer informatie over deze regelgeving is te vinden op de bladzijdes voedselveiligheid (zie de bladwijzers aan de linkerzijde).

Wat voor voedingssupplementen geldt, geldt ook voor verrijkte voeding.
Zeker wanneer het om verrijking gaat, valt het nut van dit voedingsmiddel te betwijfelen en gelden de voorzorgsmaatregelen die bij het gebruik van voedingssupplementen ook al genoemd zijn.
In de regels die de fabrikanten zelf, als gedragscode, hebben opgesteld, staat dat de fabrikant de gezondheidsclaim moet kunnen onderbouwen.
Tot nu toe is er eigenlijk nog geen instantie die echt wetenschappelijk heeft  kunnen bewijzen dat claims terecht zijn.
Dit komt omdat de verrijking nog niet lang genoeg toegepast wordt om bewezen te kunnen worden. Maar ook omdat niemand de moeite heeft genomen. Het is namelijk erg moeilijk om te bewijzen dat een toevoeging het beoogde resultaat bereikt; een bepaald effect kan ook -mede- door andere stoffen of factoren worden veroorzaakt.

Exotische stoffen, zoals Q10, Ginkgo en anderen vallen onder de zogenaamde niet-essentiële stoffen. Zolang je geen medische werking claimt, of deze bijtijds terugneemt, kan iedereen een gunstige werking claimen, zonder dat dit ook maar ergens op gebaseerd hoeft te zijn. Er zijn voorbeelden waarbij gunstige werkingen toegeschreven worden aan niet bestaande bacteriën, of er wordt gerefereerd aan vitamines die in de wetenschap als nep vitamine of functieloze vitamine te boek staan. Kortom: de reclame hanteert vage maar goed klinkende termen waarbij niemand ook maar een aanwijzing heeft welke werkzame stof dit dan zou moeten zijn. Blijkbaar is de consument bereid om extra geld te betalen, als het verhaal maar mooi gebracht wordt.  

Tegelijkertijd zijn de richtlijnen om gezond te eten toch helemaal niet moeilijk of duur. Voor iedereen die vindt dat gewoon al gek en gezond genoeg is biedt de volgende bladzijde misschien wat houvast.

© Globetrotter, 1999 - 2002. Laatste update: 1 oktober 2002.

terug naar de vorige pagina