Efficiënt gebruik van water

Water is noodzakelijk, maar niet altijd zonder inspanning te verkrijgen. Reden te meer om er efficiënt mee om te gaan. Daar zijn wel wat tips over te geven:

planning van de tocht
Plan je (meerdaagse) tocht zodanig, dat je de eerste 4 dagen geen maximale inspanning hoeft te verrichten. Je traint je lichaam door de inspanning geleidelijk op te bouwen.
Hierdoor heeft het lichaam minder behoefte aan zweten en het lichaam gaat er zelfs voor zorgen dat er minder zout in het zweet zit waardoor je dit essentiële mineraal minder gaat verbruiken.
Bij een tocht in het hooggebergte plan je de tocht het beste zo, dat je geleidelijk stijgt en tijd hebt om te acclimatiseren.
Slapen doe je het beste op een lager punt dan het hoogste punt dat je die dag bereikt hebt.
Probeer altijd je kampeerplek dicht bij water te kiezen. Plan dus je dagafstand van tevoren en gebruik daarvoor een kaart.
Is het echt niet mogelijk de dagtocht zodanig in te delen neem dan absoluut voldoende water mee.
Bezuinig nooit op volume of gewicht door de waterfles thuis te laten.
Zorg dat je minimaal 1 liter bij je hebt voor drinken tijdens de tocht en 1 liter om bij de lunch te gebruiken voor soep of warme dranken.
Een thermosfles is dan heel handig. Zeker tijdens kanoën, wintertochten of in de bergen zou je altijd warm water bij je moeten hebben, omdat in die situaties ook onderkoeling mee kan spelen. Het kan jou, of je tochtgenoot, het leven redden.

voorafgaand aan de tocht
Drink voor de tocht matig (om de maag niet te veel te belasten) maar minimaal de hoeveelheid die je op een  normale dag ook bij het ontbijt nuttigt.
Als je dus gewend bent om een pot thee te ledigen voor je naar je werk gaat dan doe je dat nu ook.
Koffie heeft de eigenschap om de urineproductie te stimuleren. Op zich is dit goed, de afvoer en filtering moet vooral doorgaan, maar wanneer je alleen koffie drinkt hou je te weinig vocht over als reserve voor straks.
Drink daarnaast een mok water of melk.
Vocht haal je ook uit het voedsel: voeg in water opgeloste melkpoeder bij de cruesli of muesli, eet verse of gewelde vruchten, neem eens pap in plaats van crackers. Het toegevoegde water voorziet, ongemerkt, in een gedeelte van de vochtbehoefte.

Tijdens de tocht
Tijdens de tocht kun je beter geregeld flinke porties water drinken dan de gehele dag door kleine slokjes te nemen. Probeer te drinken tot je echt geen dorst meer hebt.
Je zult merken dat wanneer je eenmaal drinkt, het ineens tot je doordringt dat je toch wel dorst had.
Als de transpiratie ineens losbarst weet je zeker dat je eigenlijk eerder had moeten drinken!
Wanneer de inspanning groot is en in een warme omgeving wordt geleverd, zul je meer transpireren en eerder geneigd zijn te drinken.
Onderschat de inspanning echter niet wanneer die in een wat kouder of natter klimaat geleverd wordt. Juist dan moet je er alert op zijn om voldoende en tijdig te drinken.
Vooral wanneer de inspanning in de bergen geleverd wordt is het belangrijk om tijdig en voldoende te drinken.
Een hulpmiddel om te beoordelen of je wel genoeg plast, is de hoeveelheid urine die je produceert: plas je veel minder dan gebruikelijk en/of is de kleur donkergeel, dan drink je te weinig!
Luister naar je lichaam, als je het erg warm hebt koel je niet genoeg.
Vooral mensen die minder gemakkelijk transpireren of overgewicht hebben voelen zich dan ongemakkelijk.
Er wordt door het lichaam te weinig vocht beschikbaar gesteld om te koelen.
De reden hiervoor kan liggen in vochttekort (dus drinken!) of in het lichaam dat niet getraind is om het vocht af te staan voor transpiratie. In dit laatste geval kan het helpen om voorafgaand aan de tocht een paar maal een sauna te bezoeken.
Blijf bij voorkeur uit de volle zon. Gebruik de koelere ochtend en de late middag voor de inspanning en breng het heetst van de dag door met siësta houden op een schaduwrijke plek.
Is het niet mogelijk om de zon te vermijden bescherm dan je hoofd en nek tegen de volle zon. De straling direct op de thermostaat werkt ontregelend op het koelmechanisme. Een hoed, een goed zonnebrandmiddel, goede zonnebril: ze helpen tegen meer dan alleen de ultraviolet straling.
Koel het lichaam (dat scheelt vochtverbruik), een koele doek in de nek verricht wonderen en, al klinkt het tegenstrijdig, bedek je lichaam zoveel mogelijk, dat scheelt in de warmte.
Nog een minder voor de hand liggende tip: ga niet op een warme ondergrond liggen om te rusten. Het lichaam zal proberen om die warme plaats te koelen en dus transpiratievocht aanmaken. Bovendien is het vlak boven de grond altijd warmer dan een meter daarboven
Zorg voor goed ventilerende kleding. Juist het zweten in een poncho of slecht ventilerende regenkleding kost extra transpiratie en dus vochtverlies. Een bijkomend gevaar van het niet kunnen afvoeren van dit transpiratievocht is het ontstaan van hittestuwing.

Drink geen alcohol. Alcohol heeft met koffie en thee gemeen dat de productie van urine gestimuleerd wordt. In koude omstandigheden geldt bovendien dat alcohol de bloedvaten verwijdt waardoor vocht verdampt en de afkoeling bevorderd wordt (en ja, die St. Bernardhond met een cognacvaatje is dus onzin, helaas).
Tijdens de lunch moet, zoveel mogelijk, het verbruikte vocht aangevuld worden.
Er moet reserve voor het vervolg van de tocht opgebouwd worden en het zoutgehalte moet weer aangevuld worden. Een soepje beantwoordt prima aan dit doel. Het is sowieso verstandig om direct na de inspanning warme dranken te nuttigen en de maag niet te confronteren met koude vloeistof. Warme dranken worden gemakkelijk opgenomen, omdat het lichaam geen energie hoeft te besteden aan het opwarmen. Je maag kan verkrampen wanneer het ineens geconfronteerd wordt met een substantie die zoveel kouder is dan de lichaamstemperatuur.
Neem op tijd rust. Het klinkt raar om dit te zeggen tegen buitensporters die voor de lol onderweg zijn maar we weten allemaal dat er omstandigheden zijn waarin de rustpauze er bij in schiet.
De combinatie van vermoeidheid en vochttekort is vaak de aanleiding tot dehydratie.

Na de tocht drink je zoveel mogelijk, maar wel geleidelijk; ook nu weer eerst warme drank en pas na afkoeling van het lichaam wat koelere drank.
Een soepje vooraf om de mineralen aan te vullen, of thee, dan pas een mok water. Deze volgorde is ook handig wanneer het water eerst gekookt moet worden ter ontsmetting. Het water kan ondertussen afkoelen.
Tijdens de avondmaaltijd kun je vocht opnemen door iets ‘natter’ te koken dan je thuis gewend bent.
Kook of ontsmet voldoende water om ook ’s nachts te kunnen drinken. Bij het slapen gaan de processen, en dus het vochtverbruik, gewoon door.
In de bergen is het verstandig om voor het slapen gaan een extra glas water te drinken. Je verbruikt op grotere hoogte -ongemerkt – meer vocht.

Wees attent op de hygiëne: diarree of voedselvergiftiging leidt bijna altijd tot vochttekort.
Mocht je toch diarree of voedselvergiftiging oplopen, probeer dan in ieder geval je vocht- en mineralenbalans op peil te houden door het drinken van water met ORS.
ORS is een zakje met mineralen en zouten die je, aangelengd met schoon water, diarreepatiënten kunt laten drinken. Hierdoor wordt niet de oorzaak van de diarree weggenomen maar krijgt het lichaam wel vocht en zouten. Je kunt ORS ook gebruiken bij de behandeling van vochttekort. Het is wel belangrijk om de juiste hoeveelheid water aan te houden omdat anders de overconcentratie juist vocht zal onttrekken in plaats van toevoegen (osmose en diffusie werking). Tegenwoordig is ook ‘rijst-ORS’ op de markt, waarin de mineralen gecombineerd met rijst, dat licht verteerbaar is, aanwezig zijn. Hierdoor komt er toch iets voedsel binnen en dit is -volgens de thans geldende opvattingen- de beste remedie.

Tot slot: water is middel en geen doel op zich. Door efficiënt om te gaan met water en je eigen lichaam, kun je problemen voorkomen en hoef je minder energie aan het water zelf te besteden. Tenslotte zijn er andere onderwerpen waar je energie aan wilt besteden.

Waar vind je bruikbaar water?

Als er geen kraan in de buurt is en het zelf vervoeren van (grotere hoeveelheden) water niet voldoende mogelijk is, zal er gebruik moeten worden gemaakt van wat de natuur ons te bieden heeft. Zonder dan al direct je toevlucht te nemen tot survival technieken zijn er een aantal simpele grondbeginselen aan te leren waardoor water onderweg niet zo’n groot probleem behoeft te zijn. Als je maar weet waarop je moet letten. Hieronder volgen een paar tips.

Bij het voorbereiden van je tocht kun je al rekening houden met de mogelijkheid om onderweg water te bemachtigen. Je gebruikt een kaart die niet te oud is zodat de informatie van de kaart overeenstemt met de situatie die je ter plekke aantreft. Vervolgens stippel je een route uit waarbij je er op let dat in de buurt van water gekampeerd wordt of, minimaal 1 x per dag, water ingeslagen kan worden. Op de kaart is die mogelijkheid herkenbaar doordat er een stroompje of rivier is ingetekend. Let er op dat de plaats die je uitkiest niet midden in landbouwgebied ligt. Vee kan de stroom verontreinigd hebben maar er kan ook huishoudelijk afvalwater en/of kunstmest in het riviertje zitten. De bovenstroom van een beek of rivier is over het algemeen schoner dan de benedenloop. Beoordeel via de kaart of er aan de bovenloop dorpen of boerderijen liggen.

Vaak worden putten of bronnen aangegeven op de kaart. Als ook de lokale bevolking daar gebruik van maakt kan je dit water gebruiken, maar veiligheidshalve koken wij zelf het water toch nog. De lokale darmflora zal nu eenmaal beter bestand zijn tegen lokale bacteriën dan onze westerse, verwende, darmen.

Conclusie
Voor de oplettende buitensporter is water in de natuur te vinden. Maar is dit water dan ook geschikt voor consumptie?

Hoe weet je of water geschikt is?

De begroeiing rond het water is een goede indicatie met betrekking tot de betrouwbaarheid van het water. Als begroeiing ontbreekt, zijn er mogelijk zware metalen in het water aanwezig. Hou er rekening mee dat helderheid van het water geen garantie is voor zuiverheid!

Kijk ook of er stroming in het water is. In een stilstaande poel of meertje is het risico van vervuiling groter dan bij een flink stromende beek. Water uit een dichtbevolkt of geïndustrialiseerd gebied is per definitie niet betrouwbaar. Maar als je daar vertoeft is er uiteraard water uit een kraan of bron verkrijgbaar, waarvoor overigens dezelfde voorbehouden gelden als voor bronwater (zie vorige bladzijde), of is er water in flessen te koop.

Stromend water in moeras of veengebieden kan goed drinkwater vormen als je de plantendeeltjes er uit filtert (een koffiefilter werkt heel goed, maar met een schone zakdoek kom je ook al een heel eind) en vervolgens kookt. Wel zal het water wat bruiner zijn en mogelijk wat zuurder smaken. Dit water tref je bijvoorbeeld in Schotland en  Lapland. Een trucje wat wij ooit geleerd hebben: kook in het water wat stukjes houtskool mee. Deze blijven drijven en kunnen dus gemakkelijk verwijderd worden voor je het water of eten gaat gebruiken. De houtskool neemt aarde en plantdeeltjes op. Uiteraard werkt dit alleen als je houtskool bij de hand hebt (wanneer je bijvoorbeeld op houtvuur kookt).

Zelfs in woestijn(-achtige) gebieden is water. Palmen, struikjes, gras of hogere begroeiing verraden waar water in de grond zit. Wellicht moet je even graven om op water te stuiten. Dit trucje kun je ook toepassen aan de oever van modderige rivieren. Na wat graven stuit je vaak op redelijk schoon water. De weg die het water heeft afgelegd door de grondlagen heeft al een groot gedeelte van de zuivering verzorgd.  Achter de eerste duin, vlak bij een zeestrand, is vaak zoet water te vinden. Graaf je te diep dan kom je bij brak of zout water uit. Kom je bij een drooggevallen beek, zoek dan in de buitenbocht, dit is over het algemeen het laagste punt waar het water zich verzamelt.

Vooral in de avond- of ochtendschemering verraden de beesten waar zich water bevindt. Let op hun gedrag en volg het spoor tot je bij water komt. Wanneer je echter besluit om daar je kamp op te slaan, zorg dan dat de beesten nog wel ongestoord bij het water kunnen komen. Tenslotte ben jij slechts op bezoek en niet elk dier zal er genoegen mee nemen dat hun route verspert wordt!
Dieren beïnvloeden de kwaliteit van het water. De aarde wordt omgewoeld, de uitwerpselen maken onderdeel uit van het water, rondom het water verzamelen zich ook allerlei andere levensvormen die de dieren weer als ‘gastheer’ zien.  Een favoriete drenkplaats voor dieren levert niet direct schoon water op, gebruik bij voorkeur water van iets verder weg en stroomopwaarts.

Drink nooit zout water! Het is heel slecht voor je nieren en ook op korte termijn heb je er geen baat bij: het leidt tot braken en diarree, wat alleen maar vochtverlies betekent.

Om water te kunnen beoordelen op geschiktheid voor consumptie zijn nog wat feiten belangrijk.

Watervervuiling.

Water uit rivieren, beken en meren is niet zondermeer geschikt om als drinkwater te dienen. Zelfs water dat door de locale bevolking als drinkwater wordt gebruikt is voor  westerlingen niet altijd bruikbaar. De maag- en darmflora zijn anders en teveel verwend, waardoor minder weerstand is tegen allerlei ‘verontreinigingen’ die voor de lokale bevolking geen enkel probleem opleveren.  In het gunstigste geval krijg je een dag diarree, in het ongunstigste geval hou je maanden last van de micro-organismen.

Welke ziekteverwekkers oftewel ‘vervuiling’ zijn er:

Organische stoffen
plantenresten, humuszuren en algen. Algen zijn lagere planten die voorkomen in vochtige, zowel zoute als zoete, milieus.
Blauwwieren zijn eencellige plantaardige organismen die al miljoenen jaren oud zijn. Onder invloed van veel zonlicht, door het opwarmen van het water, ontstaat explosieve groei. Het binnenkrijgen van bepaalde algen kan ademhalingsstoringen veroorzaken.
Anorganische stoffen
kleideeltjes, fosfaat en nitriet door wilde beesten of overbemesting van agrarisch gebruikte gronden.
Bacteriën
meest voorkomende veroorzaker van ziekte en ongemak. Veroorzaakt o.a. tyfus, cholera, paratyfus. Kunnen zich gemakkelijk en snel vermenigvuldigen door celdeling. Hebben een grootte van 0,1 tot 5 micron. Er zijn vele soorten bacteriën die ziektes verwekken. Lees meer over bacteriën.
Virussen
0,02 tot 0,2 micron, dus zeer kleine micro-organismen, uitsluitend waar te nemen met behulp van een microscoop. Kunnen zich niet zelfstandig vermenigvuldigen maar hebben (andere) levende cellen nodig, zoals bacteriën die als gastheer functioneren. Door het elimineren van de gastheer elimineer je grotendeels de virussen. Dit moet dan wel plaatsvinden voor ze jou als gastheer hebben uitgekozen. Veroorzaken o.a. hepatitis A en B.
Virussen worden tegenwoordig, statistisch gezien, vaker verspreidt door speeksel en onvoldoende hygiëne bij het eten bereiden, dan door besmetting uit water. Maar bij watergebruik (als waswater voor voeding of als drinkwater) direct uit de natuur kunnen virusbesmettingen wel degelijk voorkomen.
Protozoa en Amoeben
eencellige, dierlijke organismen (de namen protozoa en amoeben worden meestal door elkaar heen gebruikt in publicaties over watervervuiling, er worden dan meestal beide organismes mee bedoeld. Amoeben zijn protozoa, maar niet elke protozoa is een amoebe). Komen voor in zoet en zout water.  De tot de Protozoa behorende Giardia (beverziekte) is samen met Crytosporidium de belangrijkste veroorzaker van ziekte bij mensen.
Nestelt zich als parasiet in het darmkanaal. Giardia komt veelvuldig voor in het darmkanaal van bevers, maar ook bij andere zoogdieren zoals honden, ratten en mensen.
Het liefst bevindt deze vervelende ziekteverwekker zich in langzaam stromend of afgedamd, stilstaand water.
Amoeben kunnen zowel vrij leven of als parasieten. Ook bij deze ziekteverwekker is het de parasitaire levensvorm die voor ons vervelend is (amoebe dysenterie).
Zowel protozoa als amoeben veroorzaken diarree aandoeningen die meestal niet fataal maar wel erg lastig en/of langdurig kunnen zijn.  Alleen bevriezing of sterke verhitting kan amoeben doden.  Koolstoffilters helpen absoluut niet tegen amoeben, alhoewel het tegendeel nog wel eens beweerd wordt. Eventueel werkt ook BetadineR 10% goed.
Chemische verontreiniging
zware metalen, pesticiden en nog een paar van die bijverschijnselen van de welvaart. Je kunt je er niet tegen verdedigen door te koken, te filteren of te ontsmetten. Het is zo mogelijk nog moeilijker te ontdekken dan bacteriën en indicaties als snelstromend en stilstaand water geven weinig zekerheid. Helaas is  de chemische verontreiniging alleen maar groter geworden, is het de meest schadelijke verontreiniging en is het niet te bestrijden door filteren, koken of bevriezen. Tegen chemische verontreiniging helpt alleen voorkomen, door heel zorgvuldig de herkomst van het water (op je kaart en door bestudering van de omgeving) te beoordelen. En, bij de geringste twijfel: niet gebruiken!

In de tijd dat de mens wel veel reisde maar nog niet zo goed wist hoe de gevaren bestreden konden worden huldigde men de stelling: “cook it, boil it, peel it, …or forget it.”

Wat kunnen we tegen watervervuiling doen?

organische vervuiling:

De organische vervuiling kan op zich niet zoveel kwaad en kan vrij gemakkelijk opgelost worden. Plantenresten laten zich zelfs nog wel weg filteren met een theedoek of zakdoek. een koffiefilter voldoet natuurlijk ook. Goed koken en het water even laten bezinken voor je het drinkt helpt al een heel eind.  Humuszuren laten zich gelden in de smaak van het water. Een koolstoffilter kan dan uitkomst brengen of het meekoken van een stukje houtskool van het vuur. Als je niet alles verwijdert wordt in het ergste geval wordt de ontlasting iets dunner en frequenter. Je komt dit soort verontreiniging vooral in moerassige gebieden tegen. Als je bijvoorbeeld naar Lapland of Schotland gaat kun je speciaal hiervoor een koolstoffilter meenemen. (maar let op:  Een koolstoffilter helpt alleen tegen deze verontreiniging maar niet tegen andere verontreinigen).

Anorganische stoffen zoals klei of zanddeeltjes kunnen ook niet echt kwaad.
Het water (doorkoken tegen de andere verontreinigingen en) even laten staan. Gooi het bezinksel weg.

Bacteriën,Virussen en Protozoa of Amoeben zijn echter ziekteverwekkers die meer drastisch aangepakt moeten worden.Welke methodes daarvoor zijn en hoe je deze toepast lees je door terug te gaan naar de bladzijde methodes van ontsmetting.

Water ontsmetten / desinfecteren:

Welke methode(s) gebruik je om water geschikt te maken om het als drinkwater te kunnen laten dienen? Iedereen heeft zo zijn eigen methodes en voorkeuren. Elk met hun eigen voor – en nadelen. Wij zetten ze op een rijtje.

Methodes om water te ontsmetten:

  • koken
  • filteren
  • chemisch zuiveren

 

koken gedurende minimaal 5 minuten –  Is (nog steeds) de meest gemakkelijke en veilige methode tegen alle (natuurlijke) verontreinigingen. Boven 3000 meter 1 minuut langer door laten koken, boven 4000 meter 2 minuten langer.
Koken verbruikt weliswaar brandstof maar het extra brandstofgewicht weegt op tegen het gewicht van een filter.
Het gekookte (gezuiverde) water is sneller ter beschikking dan bij filteren of ontsmetten en is betrouwbaarder.
Voor alle verontreinigingen -behalve de chemische verontreiniging – is goed doorkoken van het water afdoende.
Als bezwaar wordt wel genoemd dat het drinkwater dan warm is. Hier kun je door de eigen logistiek gemakkelijk een oplossing voor vinden: terwijl je de eerste kop warme drank nuttigt koelt de rest van het water af voor een koelere dronk.Lees verder over desinfecteren door koken

Het gebruik van filters
Heeft het bezwaar dat dit de eigenaar het vaak valse gevoel van veiligheid geeft.
Een filter zuivert op grootte, meestal tot 0,2 micron. Daarmee verwijder je wel de protozoa maar niet alle bacteriën, en virussen zijn te klein (al helpt het wegvangen van de gastheer natuurlijk wel). Om virussen echt te elimineren is nabehandeling met chemicaliën dan toch weer noodzakelijk. In werkelijkheid is de poriediameter van het filter echter groter, de werking is meer gebaseerd op dieptefiltratie dan op het zeefeffect. Bacteriën kunnen hierdoor ‘door het filter heen groeien’, een filter met een zilverlaag beschermt daar enigszins tegen maar dan is droog opbergen een absolute noodzaak.

Er zijn filters die alleen bepaalde verontreinigingen tegengaan
Er zijn filters waarvan bij testen blijkt dat zij helemaal niet doen wat ze beloven (koolstoffilters helpen niet tegen amoeben en jodiumhars niet tegen virussen, al wordt dit wel beweerd). Het onjuiste gebruik, het onvoldoende of niet correct schoonmaken van het filter, het risico van bacteriegroei door het filter en het foutief opbergen van de onderdelen, maken besmetting alsnog heel goed mogelijk.
Oriënteer je eerst heel goed op de verschillen in prestaties van de filters die op de markt zijn, analyseer de risico’s die in de gebieden waar jij naar toe gaat voorkomen en maak dan pas je keuze.
Koop een goed filter en behandel het filter en het filteren zoals het hoort. Lees meer over water filteren

Chemisch zuiveren
Hiervoor worden jodium, chloor en (beperkt) zilver gebruikt.
Chloride wordt verkocht onder de merknaam Hadex en werkt tegen protozoa, bacteriën en virussen. Hadex doseer je: 5 druppels in 1 liter water, de inwerktijd is 30 minuten. Jodium(tinctuur) mag niet verkocht worden in Nederland en in de meeste westerse landen, omdat er veiligheidsrisico’s zijn. Een goed en veilig alternatief is Betadine 10% . Over de werking van deze middelen wordt op de bladzijde  chemisch zuiveren uitgebreid ingegaan.
Zilver wordt wel gebruikt om te zuiveren maar het gebruik is omstreden. Voor het conserveren van stilstaand water in bijvoorbeeld watertanks en als additionele toepassing in waterfilters, is het wel geschikt. Lees verder over chemisch zuiveren

 

waterzuivering door filtering

Water filteren  met behulp van microfilters, is een duurdere, en niet per definitie een snellere methode om water te zuiveren, maar sommigen zweren erbij. Er worden echter de nodige onjuistheden verteld in de folders van producenten, de grondbeginselen op een rijtje zetten kan dus geen kwaad.

Wanneer er gesproken wordt over ‘waterfilters’ wordt eigenlijk het proces van microfiltratie en chemisch zuiveren bedoeld dat zich afspeelt in de zogenaamde waterzuiveraars (in het engels: purifiers). Waterfiltratie werkt door middel van het laten doorlopen van water door een filtersysteem waarbij zowel chemische middelen als zeven kunnen worden ingezet. Water filteren zonder ook nog chemisch zuiveren toe te passen is niet voldoende en het is jammer dat het spraakgebruik de suggestie oproept dat water filteren hetzelfde is als water zuiveren.  Hieronder proberen wij het verschil tussen filteren en zuiveren toe te lichten.

Filters zijn over het algemeen goed werkzaam bij het verwijderen van bacteriën, sommigen ook bij het verwijderen van protozoa/amoeben. Virussen zijn echter veel te klein om door filters weggevangen te worden. Tegelijkertijd kunnen virussen maar 2 minuten leven zonder een gastheer (bacterie of organisme dat als gastheer geschikt is), waardoor een filter toch in staat wordt geacht een groot gedeelte van de virussen te verwijderen.

Filteren alleen is absoluut onvoldoende bescherming, zeker wanneer je reisdoel ligt in één van de werelddelen waar virussen in het water voorkomen. Filteren in combinatie met andere middelen zou  de bescherming wel voldoende moeten maken.
Echter, tot voor kort werd nog gesteld dat zuiveraars zonder een jodiumharsfilter niet in staat zouden zijn om virussen voldoende te elimineren en zuiveraars mét jodiumharsfilter daartoe wel in staat zouden zijn.
Juist dit laatste wordt nu, na aanvullend wetenschappelijk onderzoek, toch weer tegengesproken: in de praktijk valt deze claim behoorlijk tegen. De discussie of filters in combinatie met chemische middelen, dus in staat zijn om voldoende garantie te bieden is weer geopend.
Wanneer koken echt geen optie is, en bovenstaande feiten goed meegewogen worden in de beslissing,  zou een filter uitkomst kunnen brengen. De vraag is dan welke filter?

Filters zijn er in drie soorten:

  • pompjes
  • rietjes
  • bidon

 

Pompjes kunnen meer liters per dag filteren en vervolgens nabehandelen. Ze zijn duurder in aanschaf, pompjes verstoppen en moeten dus worden schoongemaakt en zijn zwaarder. Smaakjes toevoegen is mogelijk.

Rietjes zijn eigenlijk de filters in de zin van het woord, zij zijn bedoeld voor sporadisch gebruik, bijvoorbeeld voor een koele slok tijdens de tocht en filteren alleen maar. Ze zijn lichter, compact, goedkoop en eenvoudig te bedienen.  Maar, een beker gezuiverd water verkrijgen kost wel wat tijd. Voor meerdere liters per dag geen optie.  Dat daarmee ook alle virussen verwijderd zijn is een claim die Care Plus – terecht – ontkent. Aanvullende maatregelen (het water ook chemisch ontsmetten) zijn dus nog steeds nodig wanneer je buiten West Europa en Noord Amerika op reis gaat.  Bij dit soort “echte”filters wordt, als voorbehandeling tegen virussen, het gebruik van HadexR geadviseerd. Dit Chloor moet dan wel eerst 30 minuten inwerken om werkzaam te zijn. Omdat je door het rietje heen drinkt en filtert kun je geen smaakjes toevoegen.

Bidons zijn eveneens bedoeld voor kleinere hoeveelheden water. Smaakjes toevoegen is bij een bidonfilter met koolstofelement niet aan te raden.

Waterzuiveraars gebruiken als basis een fijne zeef (microfilter) die bacteriën en protozoa voor een substantieel deel verwijdert. Bij sommige modellen is een voorfilter aanwezig die de grotere (organische) vervuiling tegenhoudt (niet bij rietjes overigens). Dit voorfilter is bedoeld om de zeef en het duurdere filterelement te beschermen. Vervolgens wordt in een extra filterelement de scheikundige nabewerking uitgevoerd en is soms nog een koolstofelement aanwezig om de bijsmaakjes die door de chemische middelen zijn veroorzaakt te neutraliseren. De taak van het hoofdfilter (het filterelement) is, om alle micro-organismen weg te vangen of te doden. Naar gelang de hierboven beschreven werking, wordt een waterfilter een één, twee of drie trapsfilter genoemd.

Hoe werkt het:
– de eerste stap is een membraanfilters, een zeer dun kunststof membraam met een poriegrootte van 1 micron om de zeer kleine micro-organismen tegen te houden.
Stap 2 is de inzet van zogenaamde dieptefilters.
Een dieptefilter kan gemaakt zijn van keramiek of kunststof. Dit worden keramische -of kunststof- filterelementen genoemd. Ze zijn werkzaam als zeef met heel fijne poriën tot zo’n 0,2 micron.
Vervolgens worden er, per merk en model verschillend, verdere filters geplaatst:
– bijvoorbeeld een zilverfilter: deze kan verwerkt zijn in het hoofdfilter of er los achter geplaatst zijn en heeft tot doel om doorgroei van bacteriën tegen te gaan.
– er kan een actief koolstoffilter geplaatst zijn, dat tot doel heeft om diverse bestanddelen van chemische aard te neutraliseren (chloor, jodium) en vooral gebruikt wordt om de smaakeffecten van het chemisch zuiveren te neutraliseren.
– de keramische en koolstofelementen kunnen in één verwerkt zijn (zeef en een scheikundige werking inéén),
– of er is een jodium-harsfilterelement geplaatst, waarbij de werking er op gericht is dat het micro-organisme de jodium opneemt en daaraan overlijdt.
– tot slot kan het hoofdfilter ook gemaakt zijn van glasvezel- structuren.

Filterpompjes verstoppen gemakkelijk en moeten bij herhaling, goed worden schoongemaakt.
Keramische filters worden gereinigd door het oppervlak af te schrapen. Hierdoor worden ze natuurlijk wel bij elke schoonmaak een beetje dunner en moet het element op den duur vervangen worden.
Bij niet-keramische filters is het ontstoppen erg problematisch en in het ‘veld’ haast niet te doen. Vervanging van het dure element is dan de enige optie.  Bovendien verstoppen niet-keramische filters sneller, en moeten dus sneller vervangen worden.  Hierdoor zijn deze modellen duurder zijn in het gebruik.
Dit probleem speelt ook met glasvezelelementen. De papierfilter van de MicroliteR (Sigg) wordt nog maar weinig aangeboden en is eigenlijk alleen geschikt voor (hotel)kraanwater.
Voor een goede werking van een jodiumharsfilter moet de organische vervuiling al eerder afgevangen zijn, omdat dit de werking van jodium verstoort. Een voorfilter is dan noodzakelijk.

Voor het werkelijk veilig houden van het gezuiverde water moet natuurlijk het opbergen van het gezuiverde water plaatsvinden in eveneens schone flessen of waterzakken, waar geen ongezuiverd water in opgeslagen is geweest.

Omdat het aanbod van waterzuiveraars met de tijd verandert en er steeds weer nieuwe toepassing hun weg naar het waterzuiveraar assortiment vinden,  heeft een opsomming van de modellen met hun eigenschappen niet zo veel nut. Je kunt het beste de diverse modellen vergelijken op het moment dat je de aanschaf overweegt.

Voor alle waterzuiveraars geldt dat onderhoud het meest belangrijke onderdeel is. Goed droog maken van het filter en een nabehandeling met gezuiverd water voorkomt de doorgroei van bacteriën in het filter. Invoer- en uitvoerslag gescheiden opbergen, de elementen regelmatig reinigen.  Schoonmaakattributen zijn een mogelijke besmettingsbron, berg deze apart weg. Daarnaast is natuurlijk het zorgvuldig gebruik een voorwaarde voor langere gebruiksduur: lees de gebruiksaanwijzing voor je het filter gaat gebruiken, gebruik altijd een voorfilter (een zakdoek doet al wonderen), neem water uit de meest zuiverste plaats. Een laatste tip: een reserve-element meenemen, in diverse landen zal de juiste niet of heel moeilijk verkrijgbaar zijn.

 

Chemisch desinfecteren.

Na koken is deze methode de goedkoopste. Maar niet in alle gevallen betrouwbaar. Chemische middelen worden aangeboden in druppel- of tabletvorm die na inwerktijd het water geschikt zouden moeten maken voor veilige consumptie. Met nadruk worden hier de woorden ‘zouden moeten’ gebruikt want in koud water duurt de inwerking bijzonder lang en bepaalde protozoa, zoals Cryptosporidium, zijn inmiddels locaal resistent geworden tegen chloor en jodium. Hierdoor staat de werkbaarheid van deze middelen in de praktijk nogal ter discussie. Chloor en jodium geven beide een onaangename bijsmaak aan het water, beide stoffen zijn voor de gezondheid van bepaalde bevolkingsgroepen niet aan te bevelen, jodium kan schadelijk zijn bij een te hoge dosis en een te lange gebruiksduur, chloor beïnvloedt de vruchtbaarheid en kwaliteit van het sperma. Enige voorzichtigheid bij het gebruik en scepsis over de werkzaamheid is dus geboden:

Chloor
voordeel:
Afhankelijk van de verdunning, doeltreffend tegen virussen en bacteriën.
Niet nadelig voor de gezondheid, mits je er voor zorgt dat chloor niet in je lichaam kan worden opgeslagen. Na inwerking in het water moet het weer weggevangen worden door bijvoorbeeld een koolstoffilter.
negatief:
sterke smaak,
niet werkzaam tegen protozoa en amoeben, tenzij de dosis verhoogd wordt en de inwerktijd aanzienlijk wordt verlengd,
én, zelfs na lange inwerktijd,  dient nog een nabehandeling te worden toegepast, om echt veilig te zijn. Hiervoor kan natriumthiosulfaat gebruikt worden of zilver. Dit bevindt zich weer in een microfilter die tevens voorzien moet zijn van een koolstofblok om te voorkomen dat chloor in je lichaam wordt opgeslagen.
Reageert met organisch materiaal, daardoor minder geschikt voor oppervlakte water.
Wel bruikbaar voor het extra desinfecteren van leidingwater (mits het microfilter wordt toegepast als nabehandeling).
producten: DrinkwellR Chloor, in combinatie met Antichloor om de smaak te neutraliseren en HadexR. Beide producten gebruiken Natriumhypochloriet (HOCI) als werkzame stof. Wij kennen dit beter onder de naam bleekwater. Werkt absoluut niet tegen Giardia. Zie ook bij zilver: MicroporR Forte

Zilver:
voordeel: smaakt beter dan de andere chemische ontsmettingsmiddelen.
nadeel: niet doeltreffend tegen de meeste virussen en protozoa en voorkomt uitsluitend het ontkiemen van bacteriën. Het water moet dus reeds gezuiverd zijn. Eigenlijk alleen geschikt om water in opslagtanks langer te bewaren.
producten: MicropurR tabletten, werkzame stof zilver, het nut hiervan kan betwijfeld worden omdat het gehalte zilver maar uiterst klein is.
MicropurR Forte tabletten, met calciumhypochloriet als zuiverende stof en zilver als conserverende stof,
doeltreffend tegen bacteriën,virussen en bepaalde protozoa zoals Giardia.

Jodium:
voordelen: jodium is de enige betrouwbare stof om water te ontsmetten, maar heeft ook nadelen voor de gezondheid als het in te hoge concentratie of gedurende langere tijd gebruikt wordt. Teveel jodium beïnvloedt namelijk de werking van de schildklier en sommige mensen zijn allergisch voor jodium. Een gezond persoon mag 20 mg jodium per dag binnenkrijgen. Omdat de richtlijn voor actief jodium voor zuivering op 2 mg. per liter ligt, betekent dit dat je 10 liter water kunt zuiveren per dag. Hiermee is de vochtbehoefte dus ruimschoots gehaald.
Maar mensen met een schildklierafwijking, zwangere vrouwen en mensen met een schildklierallergie doen er goed aan geen jodium of op jodium gebaseerde middelen te gebruiken.
Jodium is, voor inwendig gebruik, heel moeilijk verkrijgbaar. Een goede oplossing wanneer je jodium wilt (en mag) gebruiken als ontsmettingsmiddel van water: BetadineR 10%

Er zijn verschillende jodiumpreparaten mogelijk. De waterbasis jodiumoplossing (jodium 4%) en de alcoholbasis jodiumtinctuur (2%) bevatten extra jodidezouten. Deze jodide wordt gebruikt om de actieve jodium op te lossen,
BetadineR gebruikt hiervoor povidon, een macromolecule dat geen jodium bevat.
De ontsmetting wordt door het gebruik van povidon niet nadelig beïnvloedt, terwijl het gehalte jodide, dat je binnenkrijgt, daarmee wel lager is.
Voor waterontsmetting is een concentratie van actief jodium nodig van 2 mg p.liter.
Dit komt overeen met:

    • jodiumoplossing 4% 1.2 druppel per liter
    • jodiumtinctuur 2%, 4 druppels per liter

 

  • en Betadine 10%, 7 druppels per liter.
    (Betadine 10% povidon-jodium bevat namelijk maar 1% actief jodium).

 

Jodium werkt beter in warm dan in koud water, maar kan ook in koud water gebruikt worden. Je moet dan de dosering verdubbelen én een langere inwerktijd gebruiken. Ook bij sterke vervuiling moet deze stap genomen worden.
Bijkomende voordelen zijn bij gebruik van Betadine i.p.v. jodium 4% of jodium 2%, dat het water minder ‘vies’ smaakt en dat BetadineR goedkoop en gemakkelijk verkrijgbaar is.
Om water met jodium te kunnen ontsmetten moet jodium voldoende lang in kunnen werken: bij gebruik van BetadineR: bij warm water 30 minuten, bij heel koud water (<10 graden Celsius) 2 uur, bij gebruik van jodiumtinctuur 2%, in koud water minimaal 8 uur! laten staan.

Jodium 2% en 4% zijn om veiligheidsredenen niet vrij verkrijgbaar, hiervoor is een doktersrecept nodig. Dat is niet voor niets, want bij jodiumallergie kan de geringste hoeveelheid jodium al zeer ernstige gevolgen hebben! Ook bij  filters op jodiumharsbasis moet dit in de beoordeling meegenomen worden.

Jodium veroorzaakt altijd een bijsmaak. Als deze bijsmaak er niet is heb je niet genoeg ontsmet. Je kunt na afloop van de inwerktijd de onaangename smaak weg krijgen door Vitamine C aan het water toe te voegen. De inwerktijd moet dan echter wel lang genoeg geweest zijn want vitamine C neutraliseert de werking van jodium. Ook aluminium neutraliseert de werking van jodium, niet ontsmetten in aluminium pan of fles dus.

producten: BetadineR 10%. Gebruik 7 druppels (2 mg) op 1 liter water en laat dit gedurende 30 minuten inwerken. (bij koud water, 10 graden Celsius of minder, 2 uur). Een veilig en goedkoop middel. Met een flesje van 10 ml kan circa 50 liter water gedesinfecteerd worden.
Coghlan’s R, jodiumtabletten: werkzame stof hydroperiodide, smaakt onaangenaam, doodt de meeste ziekteverwekkers maar niet de protozoacysten.

Aanbevolen gebruik bij alle producten: alleen voor noodgevallen.

 

Water desinfecteren door het te koken

Deze methode is de goedkoopste, de snelste en de meest veilige. Koken doodt overal en altijd alle ziekteverwekkers in water, ook virussen. Het geeft geen bijsmaak. Het levert geen risico’s voor de gezondheid zoals chemisch desinfecteren. Je hoeft geen onderhoud te plegen of onderdelen zorgvuldig te reinigen zoals bij filters. En het werkt tegen alle ziekteverwekkers behalve de chemische verontreiniging.

Het nadeel is dat je altijd brandstof en een vuurbron nodig hebt en die brandstof en brander moet dus extra meegevoerd worden, tenzij je houtvuur kunt gebruiken. Het water moet eerst afkoelen om een koele dronk te verkrijgen. Vergeleken met de inwerktijd van chemische middelen en de tijd die het kost om water te filteren is dit laatste echter een non-argument.

Bacteriën kun je alleen doden wanneer de kooktemperatuur minimaal 90 graden C. is gedurende 3 minuten. Op zeeniveau kookt water bij 100 graden. Heter is beter, maar lagere temperaturen zijn absoluut onvoldoende. Op 3000 meter hoogte zul je de temperatuur niet hoger krijgen dan 90 graden. Elke meter daarboven wordt het kookpunt verlaagd. Hoe dan te handelen? Langer koken, namelijk 1 minuut meer bij 3000 meter en 2 minuten bij meer dan 4000 meter. Elke 1000 meter meer is een extra minuut. Langer doorkoken volstaat, een extra behandeling is niet nodig. Bevriezing doodt geen bacteriën, veronderstel dus niet dat in sneeuw en ijs geen bacteriën voorkomen. Ook het water dat door smelten verkregen is moet doorgekookt worden.

Virussen: omdat virussen een gastheer nodig hebben en daar over het algemeen bacteriën voor gebruiken, zou het doden of wegvangen van de bacterie al een redelijke bescherming moeten bieden. Twee minuten nadat de bacterie dood is, overlijdt ook de virus. Vijf minuten koken – op zeeniveau – vernietigt eerst de bacterie (gastheer) en daarna de virus die daar als parasiet in leeft. Bovendien heeft de virus een eiwitomhulsel als bescherming en eiwit kan zeer slecht tegen sterke verhitting. Elke aanpak tegen virussen, of het nu over waterontsmetting gaat of over andere vormen van preventief verweer, is gericht op het ofwel elimineren van de gastheer of wel het opwekken van latente antistoffen (vaccineren). Aangezien dit laatste voor waterontsmetting geen oplossing biedt, is de aanpak tegen de bacterie de -indirecte- aanpak tegen virussen.

Protozoa en Amoeben: Alleen sterke verhitting is voor de actieve reiziger een optie. Je moet minimaal 5 minuten gekookt hebben bij 80 graden Celsius om alle Giardia te doden. Hogere temperatuur en langer koken mag natuurlijk altijd. De 80 graden grens maakt dat in het hooggebergte niet extra doorgekookt hoeft te worden. Daar zal zeer waarschijnlijk het water in bevroren toestand aanwezig zijn. Bevriezing doodt geen bacteriën,  maar protozoa en amoeben zijn daar veel minder goed tegen bestand. Omdat je sowieso ook de bacteriën wilt vernietigen zul je langer koken en neem je de vernietiging van de protozoa in één moeite mee.

Voor de actieve reiziger of buitensporter zal er bijna nooit noodzaak zijn om tientallen liters water te desinfecteren. Het veilige water moet binnen een redelijke termijn beschikbaar zijn, het moet geen uren duren voor je kunt drinken. Dat leidt er toe dat de  optie van koken een praktische en veilige optie is.

Ons advies is dan ook: Koken wanneer mogelijk!
Koken en uitkijken waar je het water vandaan haalt zijn goede preventieve maatregelen waardoor het gebruik van filters of chemische middelen vaak niet nodig is.

Gedroogd water is…Sneeuw.

Wanneer de tocht zich in de wintertijd of in hogere regionen afspeelt, kan gebruik gemaakt worden van sneeuw en ijs om de watervoorraad aan te vullen. Gevriesdroogd water is immers sneeuw of ijs. Er zijn een paar handigheidjes die nuttig zijn om te weten wanneer je water uit sneeuw of ijs wilt gebruiken.

Allereerst: eet nooit sneeuw of ijs zonder het eerst te smelten. Je maag stelt het niet op prijs wanneer deze geconfronteerd wordt met zeer koude vulling. Kun je het niet eerst met behulp van een brander en pan smelten, laat het dan even in je mond vloeibaar worden en opwarmen voor je het doorslikt. Een andere optie: smeltwater. Dit kun je vinden aan het eind van een gletsjertong of onder een sneeuw of ijslaag. Probeer in dat geval een eindje van de gletsjertong weg te gaan om daar water te tappen. Het water heeft dan al over kiezels gestroomd en is daardoor zuiverder. Ook langs rotsen is nog wel eens smeltwater op te vangen. Het tappen van smeltwater kun je goed doen met een (lapland)mok. Gletsjerwater bevat veel gruis, dat je het best eerst kunt laten bezinken.

Over het algemeen zal sneeuw en ijs tot water worden gemaakt door het te smelten met behulp van een pan en een brander.
IJs levert, per volume en brandstofverbruik,  meer water dan sneeuw: twee maal zoveel water tegen de helft van de benodigde brandstof voor sneeuw.
IJs is echter lastiger te verzamelen. Vaak moet je dan een pickel gebruiken om het ijs los te kunnen maken.
Sneeuw zal over het algemeen beter toegankelijk zijn. De controverse: verse sneeuw is schoner dan oude sneeuw, deze laatste is meer verontreinigd met bacteriën. Maar als verse sneeuw ontbreekt, gebruik dan sneeuw van dieper gelegen lagen. Dat scheelt in de vervuiling die op de bovenste laag aanwezig is en dieper gelegen sneeuw is iets meer samengedrukt, is meer korrelig en levert – relatief – meer water.
Ook nu moet de omgeving meegenomen worden in de beoordeling: gebruik geen sneeuw van velden waarop landbouwbeesten bivakkeerden. Een stukje verderop is vast wel schonere sneeuw te vinden.

Speciaal voor het verzamelen van sneeuw zijn zogenaamde sneeuwzakken in de handel verkrijgbaar. Hiervan is één zijde geopend waardoor je sneeuw in de zak kunt scheppen of schuiven. Vervolgens kun je die zijde sluiten door een oprolmechanisme.

Ligt er rondom je tent voldoende sneeuw maak dan een voorraadje vlak bij je kookplek (in een hoekje onder de luifel), zodat je warm kunt blijven wanneer je vanuit deze voorraad, met een tweede pan of met je mok regelmatig sneeuw toevoegt aan de pan met smeltwater.
Een sneeuwschep is prima geschikt om de voorraad te maken.
Als je aan het winterkamperen bent heb je die natuurlijk bij je om de kampplek te graven en voor gebruik bij lawines.

De techniek van het sneeuwsmelten:
Doe eerst een laagje water in de pan zodat deze niet droog kookt. Doe dus niet in 1 keer een hele klomp sneeuw in de pan maar smelt eerst een beetje en voeg geleidelijk meer sneeuw -in kleine hoeveelheden- toe. Als je wel veel sneeuw in de pan doet,  zal het onderste gedeelte smelten maar wordt dit water vervolgens geabsorbeerd door de koude sneeuw erboven. Er ontstaat een holte tussen pan en sneeuw. De pan kookt droog en verbrandt.
Eventueel kun je de sneeuw eerst tot een vaste massa kneden voordat je dit aan de pan toevoegt, het smelt daardoor efficiënter (maar je krijgt er wel koude handen van).
Uiteraard smelt je sneeuw zoveel mogelijk met de deksel op de pan, om brandstof te besparen.
Het water dat uit de sneeuw ontstaan is moet nog even doorgekookt worden om het water goed te ontsmetten.
Smelt en kook in één moeite door voldoende water om de thermosflessen te vullen, zodat er ook ’s nachts drinkwater is. In winterse omstandigheden heeft het geen zin om gewone veldflessen te vullen, deze bevriezen toch weer.

De techniek van ijs smelten:
IJs hak of breek je in stukken die in de pan passen zodat je geen knoeiboel van smeltwater bij je tent krijgt. Dit bevriest weer en zorgt voor gevaarlijke gladde plekken waarop je uit kunt glijden. Het is zo knullig om net voor de ingang van je tent je enkel te breken! Blijf ook nu attent op het droogkoken, al zal dit bij ijs minder snel voorkomen.

Tot slot: er is veel sneeuw en ijs nodig om een liter water te maken. Je gebruikt dus meer brandstof voor het bereiden van de maaltijden en het bereiden van voldoende drinkwater wanneer je dit verbruik vergelijkt met een zomertocht. Naast alle extra uitrusting die voor winterkamperen nodig is, zal dit het gewicht van de bepakking beïnvloeden. Dat maakt winterkamperen nog een tandje zwaarder.
Maar de beloning is er ook naar. De landschappen krijgen een extra dimensie van al dat sneeuw en ijs.

En als je later, thuis bij de haard, de foto’s weer bekijkt is al die extra moeite al lang weer vergeten, de magie is er dan nog steeds….