Hieronder vind je de verklaring van een aantal woorden en/of namen die in ‘de wereld van de voeding’ en ook op deze site gebruikt worden. Sommigen daarvan zijn terloops aangestipt op deze site, andere kom je tegen op de ingrediëntenlijst van producten of op etiketten van voedingsproducten in de reguliere winkels. Tussendoor zul je ook wat links aantreffen naar andere sites op het World Wide Web, die mogelijk voor jou interessant zijn.

Anafylactische shock  – De meest ernstige reactie die kan optreden bij voedselallergie. Eén van de effecten is het sterk dalen van de bloeddruk waardoor de getroffen persoon bewusteloos en in shock kan raken. Bij pinda-allergie kan dit sneller optreden dan bij de meeste andere allergieën. Zelfs een spoortje pinda kan dit effect al oproepen.

Additieven – Stoffen die niet van nature in een product aanwezig zijn en die met een bepaald doel worden toegevoegd aan het voedsel. Dit doel is bijvoorbeeld: het verlengen van de houdbaarheid (conserveermiddelen), het gemakkelijk kunnen oplossen (emulgatoren, stabilisatoren), het toevoegen van kleur, geur of smaak, of het verbeteren van de consistentie (anti-klontermiddel, verdikkingsmiddel). Additieven worden streng gecontroleerd voordat ze toegelaten worden in voeding en krijgen bij goedkeuring binnen de Europese Unie een E-nummer. Hierdoor is in elk Europees land duidelijk om welke stof het gaat. E-nummers zijn wellicht het best gecontroleerde onderdeel van de voeding. Veel stoffen zijn van natuurlijke oorsprong (zoals bijvoorbeeld de kleurstof van bieten), andere worden synthetisch gefabriceerd.

Alfalfa – Kruidengewas (Luzerne) dat 20 van de 22 essentiële aminozuren bevat en vrijwel alle belangrijke vitamines en mineralen. Meestal worden de ontkiemde zaden gebruikt en bedoeld als men het over alfalfa heeft.

Aspartaam – Kunstmatige zoetstof. Heeft een 60 tot 200 maal zoetere smaak dan sacharose (suiker). Er is dus veel minder van nodig. Wordt toegepast in de zgn. ‘light’ dranken. Bij omzetting wordt een fenylverbinding gevormd waardoor mensen met een intolerantie voor fenylketonurie ziek kunnen worden.

Betaïne HCL (hydrochloride) – Het belangrijkste spijsverteringsenzym wordt in de alvleesklier geproduceerd. Soms is dat enzym in een te beperkte mate aanwezig. Betaïne HCL maakt de maaginhoud voldoende zuur om de alvleesklier te prikkelen om enzymen uit te scheiden. Daardoor wordt het voedsel goed verteerd.  Verkopers van voedingssupplementen stellen, dat de productie van betaïne HCL afneemt bij het ouder worden.  De juiste groentes in voldoende mate eten helpt dus ook.

Een andere oorzaak van verteringsproblemen kan zijn dat een antibioticakuur de ‘goede bacteriën’ gedood heeft, of dat het voedsel te zoet is. Yoghurt eten (waarin van nature al veel goede bacteriën voorkomen) kan deze gevolgen ook bestrijden.

Botervet – Roomboter waaruit het water verwijderd is.

Creatine –  Stof die het lichaam zelf aanmaakt. Het staat in de belangstelling door vermeende verbetering van de prestaties van Britse atleten tijdens de Olympische spelen in Barcelona. Bij het nuttigen van rood vlees en vis wordt het ook uit de voeding verkregen. Creatine is nodig voor de vorming van fosfocreatine, de energiebron voor kortstondige, explosieve prestaties. Het lichaam kan echter maar een maximale dosis per dag nuttig verwerken. Extra inname boven dat niveau is nutteloos. Sommige mensen hebben door training al de maximale dagdosis in het eigen lichaam.

Fermentatie – Bacteriën zetten suikers die in stoffen zitten om in stoffen die voor ons lichaam gemakkelijker zijn op te nemen. Dit wordt o.a. toegepast bij de productie van Tofu en Tempeh uit sojabonen.

Ginkgo biloba – Extracten van de bladeren van de Ginkgo biloba worden in China al zeer lang gebruikt om allerlei ouderdomsklachten te bestrijden. De afgelopen 10 jaar is er zeer veel onderzoek gedaan met het gestandaardiseerde extract van deze plant. Bij proefdieren is aangetoond is dat ginkgo biloba extract (GBE),  een bloedvatverwijdend effect heeft. Dit kan resulteren in een verbeterde bloedtoevoer naar de organen, met name de hersenen, waardoor de hersenen beter kunnen functioneren. Ook wordt een antioxidant werking geclaimd.
Eveneens is, bij proefdieren, aangetoond dat de daling van het aantal serotoninereceptoren (iets dat nu eenmaal gebeurt bij het ouder worden), kan worden teruggedraaid door het gebruik van Ginkgo extract. De serotoninereceptoren zijn van belang voor de mentale gesteldheid zoals stemming, angstgevoelens en slaap.

GLA – Engelse afkorting voor gamma linoleenzuur (Gamma Linoleic Acid). Het menselijk lichaam kan dit essentiële vetzuur zelf maken uit linolzuur. In sommige omstandigheden gebeurt dit echter te weinig, zoals bij een tekort aan vitamine B6, zink, magnesium, biotine of calcium, bij een hoge alcoholinname of bij overdadig gebruik van verzadigd vet.
Het lichaam gebruikt de essentiële vetzuren voor de vorming van prostaglandines en leukotrines. Dit zijn stoffen die betrokken zijn bij ontstekingen en pijn en verder van invloed zijn op de hormonen. Het belang van voldoende vitaminegebruik is voor personen met het risicoprofiel dus aan te bevelen.

Glucosestroop – Maïszetmeel wordt afgebroken met behulp van enzymen, hierdoor ontstaat glucosestroop.

Gluten – Eiwitten die elastisch worden door het goed doorkneden van glutenhoudend meel. De luchtbellen die door het kneden ontstaan worden door gluten ‘vastgehouden’. Daardoor rijst het meel goed en ontstaat een luchtig eindproduct, een goed voorbeeld daarvan is brood. Sommige mensen zijn intolerant voor deze eiwitten, dit wordt Coeliakie genoemd.

Gehard plantaardig vet (idem gedeeltelijk gehard) –  Olie die van nature vloeibaar is, wordt (gedeeltelijk) gehard, waardoor de onverzadigde vetten uit olie worden omgezet in verzadigde vetten. Het wordt toegevoegd om producten smeuïg te maken (margarines). Tot voor kort werd bij dit proces veel transvetzuur gevormd. Deze vorm van vet is minder goed voor het lichaam omdat dit het cholesterolgehalte kan beïnvloeden. Tegenwoordig wordt een ander productieproces gehanteerd waarbij de vorming van transvetzuren gereduceerd is.

Gemodificeerd Zetmeel – Zetmeel heeft de neiging om te klonteren bij het oplossen in water, daarom wordt zetmeel chemisch gemodificeerd (zodat sauspoeders e.d. beter oplossen). Het zetmeel is dus niet afkomstig van gemodificeerde of genetisch gemanipuleerde gewassen!

Koninginnegelei – Wordt aangemaakt door de speekselklieren van werkbijen, om de groei en ontwikkeling van hun koningin te bevorderen. Wordt (vooral in Aziatische landen) al eeuwen gebruikt vanwege de vermeende gezonde en verjongende eigenschappen. Het is rijk aan vitamines, aminozuren en mineralen.
De gelei heeft een geelwitte kleur en smaakt een beetje zuur. De imker verzamelt de gelei uit de doppen van ‘niet gewenste’ koninginnen.

Lecithine – Behoort tot de vetachtige stoffen. Komt voor in eierdooier, zaden, kiemen en sojabonen. Het gehalte choline en het gehalte van essentiële vetzuren in lecithine is van belang in de beoordeling van het belang van lecithine. Sojalecithine heeft een hoge kwaliteit omdat het gehalte aan deze vetzuren en choline hoog is.

Maltodextrine – Gemodificeerd zetmeel. Wordt gebruikt om producten meer volume te geven, is van natuurlijke oorsprong en bevat geen dierlijke ingrediënten.

Melkzuur – Komt vrij bij de verbranding (intensief spiergebruik) in ons lichaam en veroorzaakt dan kramp en/of spierpijn. Melkzuur wordt ook gebruikt in de voeding: yoghurt en Biogarde zijn producten die ontstaan door melksuikers te laten gisten (fermenteren) m.b.v bacteriën. Producten die al gefermenteerd zijn worden in het lichaam gemakkelijker opgenomen. Een ander voorbeeld van dit proces is Kefir, een dikke melkdrank die met behulp van het Kefirplantje gefermenteerd wordt.

Moutextract – Gekiemde gerst die geroosterd (gemout) is.

MRL – Staat voor: maximale residu level. Betekent het maximale gehalte van een contaminant (vervuiler, stof ontstaan door gebruik van kunstmest of bestrijdingsmiddel), dat in een product aanwezig mag zijn op het moment van verkoop. Wordt gecontroleerd door de Keuringsdienst van Waren.

Nitriet – Ontstaat in voedsel door omzetting van nitraat. Nitriet bindt zich aan de rode bloedlichaampjes, zodat minder zuurstof vervoerd kan worden. Nitriet kan zich ook binden aan bepaalde eiwitten, waardoor nitrosamines gevormd worden.

Nitrosamines – Kankerverwekkende verbindingen die gevormd worden door nitriet uit voedsel dat zich aan eiwit bindt. Daarom kun je nitraatrijke groente beter niet combineren met vis.

Ranzig – Een vorm van bederf. De vetzuren in oliën zijn vrijgekomen en maken het product sterk smakend en zorgen dat het product een onaangename geur verspreidt.

Sojalecithine – Wordt gebruikt als emulgator (zorgt voor goede vermenging van de ingrediënten). Wordt gewonnen uit sojabonen.

Sportvoeding – De gedachte achter sportvoeding is dat specifieke inspanningen leiden tot een verhoogde behoefte aan bepaalde voedingsstoffen. Door fabrikanten van voedingssupplementen wordt dit aspect aangegrepen om het eigen product onder de aandacht te brengen. De marketingteksten van fabrikanten en verkopers en de objectieve informatiebronnen spreken elkaar nog al eens tegen.
Er zijn gelukkig ook veel sites die de actieve mens goed proberen voor te lichten en vooral de nadruk leggen op het samenstellen van het voedsel (gebalanceerd voedingspatroon) en de specifieke voedingsproducten en/of omstandigheden die voor bepaalde soorten inspanningen gelden (duursport of kortstondige piekinspanningen, hoogte, verkrijgbaarheid van producten etc). Er zijn ook specialisten die hun diensten aanbieden op het internet en je gerichte voedingsadviezen (al dan niet gratis) kunnen geven.
Sulfiet – Remt de bacteriegroei en wordt gebruikt als conserveermiddel. Sulfiet wordt omgezet in sulfaat en wordt afgevoerd via de urine. Sulfiet breekt vitamine D en B1 af. Maakt ook histamine vrij waardoor mensen met overgevoeligheid van het immuunsysteem problemen kunnen ondervinden (oproepen van astma-aanval, oedeem, rode striemen).

Vegetarisme (vegetarisme/vegetarisch/vegetariër) – Vegetarisme betekent het vermijden van dierlijke producten in de voeding. Er zijn diverse ‘gradaties’ in vegetarisme. Vegetariërs die vlees vermijden, maar die wel dierlijke producten nuttigen zoals melk, kaas en eieren, noemt men ‘ovo of lactovegetariërs’ (ovo=ei; lacto =melk, kaas) of hallvegetariërs. Wanneer geen vlees maar wel vis genuttigd wordt spreekt men van pescovegetariër. Wanneer alle dierlijke producten uit de voeding geschrapt worden spreekt men van ‘pure vegetariërs’ of veganisten. In de keuze van het voedsel moet op een andere manier dan gebruikelijk de opname van essentiële stoffen gewaarborgd worden. Zie ook op deze site de bladzijdes over vegetarisme.
Externe links die voedingsinformatie geven zijn in ruime mate aanwezig op het web.
Voedselallergie – Zie op deze site de bladzijde voedselallergie
Voor lezers die meer willen weten over dit onderwerp: onderstaande externe links kunnen je op weg helpen:

Stichting Voedselallergie – Site van de patiëntenorganisatie voor voedselallergie en voedselintolerantie.
Informatie van de Nederlandse Coeliakie Vereniging
Belgische Coeliakie vereniging: portaalsite Coeliakie voor België
voedselallergie.boogolinks – Portaalsite met veel links over allerlei allergieën.

Voedingssupplementen – zie de bladzijdes die dit onderwerp behandelen op deze site.
Een interessante externe link is het portaal van startkabel
Onafhankelijke informatie over voeding in het algemeen en voedingssupplementen in het bijzonder vind je ook op de sites van:               Voedingscentrum – Overheidssite met veel informatie en interactieve uitleg over allerlei voedingsonderwerpen. Het verstrekken van een prijs aan een kant-en-klaar maaltijdenfabrikant en het nomineren daarvoor van een hamburgergigant tast het imago enigszins aan, maar toch.
Voedselnet – De site van de Universiteit Wageningen met erg veel -onafhankelijke – informatie.

Vitamines: zie de bladzijdes in het hoofdstuk metaal op deze site.
Andere Vitamine linken:
Vitamine informatie bureau TNO
vitamine.pagina – Portaal naar allerlei informatie per vitamine
vitamine.startkabel – Portaal naar allerlei informatie per vitamine
Site van TNO Preventie en Gezondheid
Externe links naar Vitamine B12 informatie:
literatuurstudie over B12 en veganisme
over B12, met aanwijzingen voor veganisten